|
Haaksbergen - Santiago de Compostela - Haaksbergen 5.554 km 8 mei tot 11 juli 1998 door Hein en Trees Poodt, Haaksbergen Hieronder volgt het verslag door Trees van de pelgrimstocht van Hein (62) en Trees (59) Poodt, beiden lid van de Haaksbergse Toer- en Fietsclub, die in 1998 zowel de heen als terugweg naar Santiago de Compostela hebben volbracht op de fiets | Benelux & Duitsland | Op weg naar de Pyreneeën | Spanje | Santiago | Retourtje | Eindelijk weer Nederlands | Overnachtingen |
Benelux en kort stukje Duitsland Op 8 mei 1998 is het dan zover en stappen we op de fiets voor onze tocht naar Santiago de Compostela. We hebben dusdanig getraind dat we minimaal 100 km per dag af kunnen leggen. De bagage is natuurlijk weer te zwaar, maar we weten niet wat er nu eigenlijk overbodig is dus we laten het maar zo. Samen met Henk E., Jan, Martha, Eppie en Henk, en Marian drinken we koffie en worden daarna uitgezwaaid. Omdat Hein nog even naar de kapper wil om een lekker kaal koppie te halen, gaan Marian en ik in het dorp op een terrasje zitten kletsen. Wim ten Asbroek heeft niet erg lang werk en al vrij vlug nemen we ook van Marian afscheid en gaan we echt op weg. Door de Achterhoek, via Duitsland Limburg in, waar we de eerste nacht in Arcen in een pension overnachten. De volgende dag langs de Maas, twee keer met een pontje over en we komen al vrij vroeg bij Pierre en Gerda in Voerendaal. Op hun terras brengen we de avond gezellig door en slapen daar. De derde dag begint het eerste echte klimwerk, Zuid Limburg, en daarna de Belgische Ardennen (overnachting in Stoumont op camping). Nog nooit eerder zo'n zware werk-moederdag meegemaakt. Twee dagen later komen we totaal knock-out (Trees tenminste) aan bij Corrie en Frans op Redingshof, gelegen op het hoogste punt van Luxemburg. We besluiten een rustdag te nemen en dat blijkt een goed idee, want daarna gaat het weer prima. We komen na een paar korte felle klimmetjes in een overwegend dalend gedeelte van Frankrijk. In Varennes, waar we een camping vinden, is echter niets meer te eten, geen winkel, geen restaurant. Dus eten we maar een paar sultana's en kruipen we al vroeg in onze slaapzakken. De dagen die dan volgen, met overnachting in Chalon sur Marne en Troyes, voeren ons door de graanschuren van Frankrijk. De velden staan vol wuivend gerst, haver, koolzaad, tarwe, enz. Alles is nog in de groei, dus nog frisgroen en dat ziet er mooi uit. Het weer blijft erg warm en vaak moeten we 's middags een paar uur in de schaduw gaan liggen om dan later op de dag nog weer de nodige kilometers af te kunnen leggen. Op 14 mei een kaars opgestoken in de Notre Dame d'Epine, prachtige kerk in een oud dorp. Op 15 mei zijn we al een flink eind op weg (500 km) en bevinden ons in het gebied van de Chablis wijn. Het landschap verandert, de klimmetjes worden steiler en in de afdalingen suizen we naar beneden. Vanaf Auxerre nemen we een route langs de Yonne, meestal een jaagpad. Het is er lekker fietsen, de wind langs het water maakt het iets koeler. Het is gezellig druk op en langs het riviertje en het kanaal dat er parallel aan loopt. Via Vezelay, een heel hooggelegen mooie oude stad komen we daarna in de Morvan, een prachtig natuurreservaat met kleinschalige landbouw. In Quétin, waar een oude aquaduct over de Loire gaat, vinden we de beloofde camping, maar die blijkt al een paar jaar buiten gebruik te zijn. Omdat we ook geen hotel zien, vragen we ergens wat water en zetten onze tent toch maar op het terrein. We eten brood, kaas, tomaten, enz., en drinken er een fles wijn bij, maar al gauw worden we door de muggen aangevallen en kruipen we maar in de tent. Ook douchen is er uiteraard niet bij en we liggen te plakken in onze slaapzak, bah. Een dag later treffen we op de camping in Chateau Meillant de Wassers. Zij lopen van Breda naar Santiago de Compostela. Erg aardige mensen en we wisselen ervaringen uit. Het gebied wordt nu weer wat heuvelachtiger en kent de nodige klimmetjes. Het is te heet en onze energie is snel op, dus vaak pauzeren. Toch blijven we (dankzij de energie van Hein) aan een goed gemiddelde per dag. Op de camping in Crozant, hoog boven een stuwmeer gelegen, krijgen we van een aardige Française lekkere soep te eten en zitten we een poos bij haar te kletsen bij de caravan. We gaan verder door de Limosin, een prachtig groen gebied waar het Limosin-vee als één grote familie in de weiden leeft: vader stier, moeder koe, en de kalveren, echt gezellig! Ook de camping in St. Leonard de Noblat is nog gesloten, maar de sanitaire voorzieningen zijn te gebruiken dankzij enkele vaste gasten. We eten bij een mooie oude watermolen, lekker buiten in de avondzon. De fiets van Trees kraakt behoorlijk en de volgende morgen gaan we maar een fietsenmaker. Gelukkig is het slechts een kleinigheidje aan een kettingschalm en het is snel verholpen. Het volgende deel van de route loopt via Uzerge, Brives, Martel naar Rocamadour. De klimpartijen worden gelukkig altijd gevolgd door mooie afdalingen. Bij de Rocamadour krijg je een hele mooie klim langs een bergwand voor de kiezen, waar je opzijkijkend een prachtig uitzicht hebt op de hooggelegen burcht. Als je je ritme een keer te pakken hebt is ook dit kilometerslange rustige stuk goed te doen. Het gebied ziet er dor en verlaten uit. In Montfaucon worden we in een kleine kruidenierswinkel in het Nederlands aangesproken. Een aardige jonge vrouw heeft daar in de buurt een naturistencamping en daarnaast beheert ze deze winkel. Door een groente- en fruitgebied fietsen we langs het riviertje de Lutte. De route is weinig spectaculair, maar af en toe komen we door mooie oude stadjes zoals Moissac, Auvillar en Lectourne. We overnachten ook een keer op een boerencamping en eten bij de mensen aan tafel. Je komt op zo'n manier veel aan de weet over de manier van leven en werken in dit vruchtbare gebied. De mensen in de Gers zijn vriendelijk en tevreden. Al gauw daarna zien we naast tarwe, soja, zonnebloemen, gerst en erwten, de eerste grote wijngaarden. Het weer is intussen aanzienlijk minder warm geworden en we krijgen een paar fikse regenbuien te incasseren. In het dorp Marciac blijven we 2 nachten op de camping Le Lac, de spullen in de tent zijn niet nat geworden, maar we hebben geen zijn om in de regen te fietsen. 's Avonds hebben we dankzij de hulp aan de campingbaas bij het verplaatsen van een ijzeren tentstellage een gezellige avond op het terras. Er zijn diverse Nederlandse echtparen en krant en tijdschriften doen de ronde. Marciac is een stadje waar grote jazzfestivals worden gehouden en het hele centrum wordt momenteel gerenoveerd, het moet klaar zijn voor het volgende festival in augustus. Rond het stadsplein zijn oude arcades met leuke terrasjes en winkels die in ere hersteld worden. Verdergaand op onze route ontmoeten we een groep van 8 vrouwen die te voet naar Santiago de Compostela onderweg zijn. En in Morlaas, als we net de tent willen opzetten, komt er een nederlands echtpaar naar ons toe, dat er ons op wijst dat we binnen kunnen slapen. In het clubgebouw van de plaatselijke tennisclub zijn bedden voor pelgrims. We halen in de supermarkt een pizza en die wordt door de beheerder voor ons warm gemaakt, wat een service!! Dan blijkt ook nog dat voor de overnachting alleen maar een vrije gift nodig is. Op 29 mei zien we in de loop van de morgen de sneeuw op de toppen van de Pyreneeën. Het is een prachtige route met stevige klimpartijen. In Lescas halen we alsnog een pelgrimspas voor Spanje, zodat we daar tenminste bij slecht weer en gebrek aan camping in een refugio kunnen overnachten. Een aardige Belg wijst ons daarbij de weg naar het VVV-kantoor en daarna naar de pastoor voor onze eerste stempel. In Orleon bekijken we de St. Marie en beginnen aan de aanloop van de Col de Somport (Aragon route). In Bedous blijven we door de regen weer 2 nachten op dezelfde camping, hetgeen wel betekent dat we een rustdag hebben en als het 's middags droog is een fijne wandeling kunnen maken naar een kaasboerderij. Als we op zondagmorgen zo tegen 11.00 uur alles droog hebben, pakken we de boel in en beginnen aan de klim van 34 km langs de Aspe door het Parc National des Pyrenées. Eerst valt het allemaal erg mee, maar al gauw moeten we in het kleinste verzet verder en alhoewel de laatste paar kilometers vreselijk zwaar zijn. Lukt het ons om met slechts een klein stukje lopen, boven te komen. Onderweg worden we diverse keren ingehaald door Fransen op racefietsen, ze groeten vriendelijk en laten door hun duim op te steken of door te roepen "bon courage!" merken dat ze bewondering voor je hebben. Zelf zijn we ook trots op onszelf als we het hoogste punt van de col bereikt hebben. Het is erg koud boven en we duiken vlug de kroeg in voor warme chocolademelk. Trees belt Marian en daarna zijn we echt in Spanje. Voor de lange afdaling trekken we truien en windjacks aan. Trees doet ook nog een wollen hoofdband om en ook de handschoenen worden tevoorschijn gehaald. Je gaat echt in een noodgang over de mooie asfaltweg naar beneden, komt door enkele totaal verlaten wintersportoorden en dan in Candanchu. Eenmaal weer beneden is het weer lekker warm en kunnen de jacks weer uit. In Jacca blijven we twee nachten in een jeugdherberg. Het is gaan regenen en in de jeugdherberg is het tenminste warm en droog. We hebben ruim de gelegenheid om Jacca van noord naar zuid, van oost naar west en van links naar rechts te bekijken en we zijn blij dat het weer daarna wat beter wordt en we verder kunnen. De route gaat dan langs de Aragon, prachtig stuwmeer en ruige rotsen. Het weer is aangenaam en de wind hebben we achter. In Sanquesa (Navarra) verblijven we met nog 2 Belgische meisjes en een Oostenrijker in een prachtige refugio. Zr. Theresa van het verpleeghuis ernaast is allervriendelijkst en maakt ons wegwijs. Trees kookt voor het hele gezelschap, de Oostenrijker zorgt voor de wijn en we hebben een heel gezellige avond samen. Op 3 juni trekken we door een enorme kloof, de Hoz de Lumbier. Het is een oude spoorbaan, de bielzen en rails zijn weggehaald en het pad is keiig. Na een stikdonkere tunnel kom je in de kloof die werkelijk fantastisch is. We zijn er slechts met ons tweeën. Links van ons stroomt in de diepte de rivier en hoog boven op de rotsen zie je de gieren bij de nesten met hun jongen. Het is een gebied waar de ETA zich schuil heeft gehouden, en misschien zitten ze er nog wel. Na de Alto Lotti gaat het verder naar Estella, waar die dag een of andere wielerronde is. We ontmoeten daar in de refugio Riet, Aard, Brigitte en Rolf, die we later nog diverse keren wee zullen treffen. Na Estella komt er al snel een "zware" van 7 km, en na nog een van 5 km komen we via Viana in Logronno, een mooie oude stad aan de Ebro waar je dwars doorheen moet. We zijn nu in de Rioja-streek. Vanaf Logrono komt er een vreselijke drukke autoweg en gelukkig wijst iemand ons op het pelgrims(voet)pad. Dat is wel slecht, maar tenminste rustiger. Later moeten we toch, net als de voetgangers trouwens, weer op de grote weg en na een paar lange klimmen en dito afdalingen komen we in Najera in de gezellige refugio waar een pater prachtige gregoriaanse muziek draait en waar je 's morgens om 6 uur ook met muziek en door de goede man persoonlijk wordt gewekt en dan om 7.30 uur uit de refugio weg moet zijn. We overnachten ook een keer in Belorado in een prachtig pension (de refugio ziet er vies uit). Trees heeft keelpijn en koorts en ligt de hele middag op bed met voltaraine terwijl Hein op een terrasje zit met een Braziliaanse schone. In de refugio's ontmoeten we pelgrims uit alle delen van de wereld. Vooral veel Argentijnen en Brazilianen, maar ook Fransen, Duitsers, Amerikanen, Belgen, Canadezen, en ook Nederlanders. Het is ontzettend interessant om de motieven en ervaringen van deze mensen te horen. We voelen ons zelf ook al echte pelgrims en verzamelen al heel fanatiek stempels in ons pelgrimspaspoort. Op 6 juni fietsen we langs eenzame, uitgestrekte velden en woeste gronden via een oude bergweg verder richting Bourgos en behalve een paar herders met schapen boven op de velden, zien we weinig mensen. We zijn dan ook heel blij als we in een dorp van niks een reclamebord van bier zien. Het blijkt een café te zijn en de aardige man maakt voor ons roereieren met chorizoworst erin. Na een stevige fietstocht op een ontbijt van alleen maar cake en yoghurt gaat dat erin als koek, heerlijk! Na heel wat geklim bereiken we dan Bourgos, een prachtige stad. Maar nadat onze fotocamera gestolen is daalt de stemming onder het nulpunt en willen we zo gauw mogelijk weg uit die "dievenstad". In een dorp, zo'n 15 km verderop overnachten we in een 3-persoons slaapkamer in een kleine refugio. Dan komen we zo langzamerhand in een vlakker gedeelte van Spanje. Langs rechte wegen met af en toe een gehucht in een bocht, brengen ons via Castrojeriz en Fromista naar Sahagun, waar we in de kerk-refugio kunnen meegenieten van een concert. Onder de douche staan of op de wc zitten en dan een concert horen is ons nog niet eerder overkomen en we vinden het dan ook een ludiek gebeuren. Op 8 juni komen we op de kilometerslange rechte zandweg, die ons over de Tierra de Campos/Meseta voert. Je bevindt je hier tussen eindeloze graanvelden met hier en daar enorme graansilo's en dorre vlakten. Gelukkig is het vandaag niet al te warm en dankzij onze dikke banden komen we toch redelijk goed vooruit. We passeren heel wat wandelaars, o.a. mevrouw Wienk die in St. Isidorushoeve geboren is. Diverse keren maken we met de andere pelgrims een kort praatje en hebben bewondering voor de voetgangers. Immers, voor ons is dit rechte onbewoonde stuk 1 hele dag fietsen, maar zij doen er 3 keer zo lang over. Toch horen we later dat veel mensen dit een fijn stuk van de route vinden. Zo zie je maar weer: smaken verschillen. We passeren oude stadjes zoals Bercianos en Mansilla en ontmoeten René Schreurs, die ook op de fiets onderweg is. Hij drinkt koffie met ons en ook de cakejes gaan er goed in. Daarna vervolgen we onze weg en komen door veel kleine dorpjes met enorme ooievaarsnesten op de kerktorens. Later op de dag treffen we René weer op de camping in Hospital de Orbigo en hij heeft al een plekje voor ons gereserveerd, gezellig toch!
Als we de volgende morgen redelijk vroeg van de camping weg willen, is het hek op slot en Hein en René (hij wil met ons verder fietsen) moeten het uit de hengsels tillen. Het weer is intussen aangenaam warm en na Astorga, waar een prachtige kathedraal is met een bisschoppelijk paleis ontworpen door Gaudi, beginnen we bij Rabanal aan de lange en behoorlijk zware klim naar Foncebadon / Cruz de Ferro / Manjarin op 1500 m.. We leggen onze stenen aan de voet van het kruis en genieten daarna van het prachtige uitzicht. De berghellingen zijn bedekt met paarse hei en wilde lavendel, gele en witte brem, wilde rozen, enz. bovenop de toppen ligt de eeuwige sneeuw. In de afdaling kijk je in het dal van de Bierzo en op de Ponferada. Het is een heel lange snelle afdaling die je via El Acebo en Molinaseca uiteindelijk in Ponferrada brengt. Het is een prachtige stad en we wandelen er met onze fietsen aan de hand door. Na Cacabelos, Villafranca de Bierzo en Trabadelo (verdedigingsholen in de bergwand) volgt de lange klim naar Cebreiro op 1335 m. waar we de ijzeren Pelgrim begroeten. De weg loopt dan kilometerslang over de bergkam waar het vandaag erg koud en mistig is. Na de klim over de Alto de Poio volgt dan eindelijk de lange afdaling naar Triacastela en dan verder naar Samos en Sarria. In een dunbevolkte refugio brengen we de nacht door.
11 juni: we hebben nu nog een paar etappes te gaan en we zien steeds meer pelgrims op de route. Vaak halen we wandelaars in en af en toe treffen we andere fietsers (Brigitte en Rolf, Riet en Aard, Jan Janssen uit Someren, Belg met aanhangertje, Nederlander uit Haarlem, enz.). De route gaat na Sarria door een bosrijk gedeelte en dan komen we na een stevige klim in Portomarin, de stad die moest wijken voor een stuwmeer en daarom steen voor steen is afgebroken en op een hoger gelegen gedeelte weer is opgebouwd. Het is regenachtig weer en we maken in Portomarin een lange koffiepauze. Dan volgt een klim van 13 km en via Ventas de Naron, Palas de Rei en Melide komen we in Arzua op een kleine camping. Er komt ook nog een Nederlandse, maar die heeft de tong verloren. We brengen de avond gezellig door met eten, drinken en kletsen en zijn in een prima stemming. Morgen is de laatste etappe, ongeveer nog 50 km? Het is koud vanmorgen en we moeten ons warm fietsen. We komen door een heuvelachtig, bosrijk gebied met dennen, eiken en heel veel eucalyptusbomen. De bodem is begroeid met varens en brem. Daartussen staan prachtige landhuizen (waarschijnlijk van mensen, die aan de pelgrims toch nog wat verdiend hebben) en heel oude vervallen huizen. Vooral in de buurt van de dorpen zijn de bermen met mooie bloemen begroeid: Spaanse margrieten, rozen, brem en vingerhoedskruid. Dan, na veel klimwerk zien we ineens Santiago en roepen we: Hoi, we hebben het gered!! We blijven stilstaan om van het uitzicht op de stad te genieten. We zien de hoge torens van de kathedraal afsteken tegen de inmiddels strakblauwe lucht. Bergafwaarts gaat het daarna naar Santiago de Compostela. Dan, in de stad aangekomen, is het laatste stuk niet te fietsen en we sjouwen dan ook naast ons trouwe vervoermiddel naar boven tot de kathedraal. We maken foto's en we voelen ons echt overwinnaars. We gaan ons melden bij een bureau bij de kathedraal en krijgen onze Compostelana, het bewijs dat we op eigen kracht de kathedraal van Santiago bereikt hebben. Als we ons daarna tegoed doen aan een welverdiend drankje, worden we vanwege ons HTFC-shirt aangesproken door mensen uit Zieuwent? Het zijn drie 65+sers en ze zijn ook op de fiets. We overnachten in een voormalig internaat, nu een grote ongezellige refugio: lange oude slaapzalen met paardendekens met grote gaten erin. Gelukkig hebben we onze eigen slaapzakken. De douches zijn schoon en goed en in de stad kun je lekker eten. De volgende dag gaan we naar de pelgrimsmis en we worden er naast vele anderen als pelgrims afgekondigd: Tres Ollandes a bicycletta!!! Het is een heel mooi moment als in de mis, die geheel in het Spaans is, gezamenlijk het Pater Noster wordt gebeden, het geeft een groot gevoel van saamhorigheid en rondkijkend in de kerk zie je de bekende gezichten van onderweg. Verder brengen we de dag door in de stad, bekijken de monumentale gebouwen met prachtige gevels en genieten van de zon en gezelligheid op de terrasjes, net als alle andere pelgrims. We komen Riet, Aard, Rolf, Brigitte en Etienne en Sonja ook weer tegen en ook zij houden wel van terrasjes. Het weer is niet geweldig, weinig zon en af en toe een beetje miezerige regen. Zondags is er een pontificale hoogmis en dan zien we ook het grote spektakel van het wierookvat dat door de kerk wordt geslingerd, echt sensatie. Ook omarmen we (pelgrimstraditie) het beeld van St. Jacob en leggen we de hand in de uitgesleten plek in de pilaar. Na de kerkdienst maken we met een heel stel een kroegentocht, eten ergens wat, slenteren door de stad, gaan nog naar het park, enz. De stad is echt prachtig en heeft veel gerenoveerde of goed onderhouden kerken en de winkelstraatjes zijn heel gezellig. 's Avonds om 7 uur gaan we samen met Sonja en Etienne naar de garagedeur van het 5 sterrenhotel bij de kathedraal. Het was vroeger een pelgrimsverblijf en de traditie wil, dat er elke dag 10 personen gratis kunnen eten. Wij willen dat natuurlijk meemaken en we krijgen er inderdaad wat te eten. We hoeven niet weer! We blijven nog een poos op het kerkplein en kijken naar de processie die wordt gehouden en die eindigt met een groot vuurwerk, enorm veel geknal dat afgevuurd wordt vanaf het dak van de kathedraal: een feestelijk einde van ons verblijf in deze stad. We drinken met zijn allen nog iets en nemen dan afscheid. Riet en Aard weten nog niet hoe ze teruggaan, René gaat per bus, evenals Etienne en Sonja, Rolf en Brigitte hebben al geboekt voor het vliegtuig en voor ons staat het vast dat we per fiets aan de terugtocht gaan beginnen. Of we het helemaal zullen afmaken? We gaan het proberen in ieder geval. Op 15 juni beginnen we 's morgens om 8 uur en René fietst met ons mee tot de afslag naar een camping. Hij kan pas donderdag reizen en wil nog wat van de omgeving gaan verkennen. We nemen afscheid van hem en onze route loopt langs het vliegveld en de grote weg naar Arzua en dan via Portomarin naar Sarria waar we weer in een refugio overnachten. De volgende dag zijn we al vroeg op en vertrekken in dikke mist en het is erg koud. We hebben onze fleecetrui en jacks aan, maar na ongeveer een uur komt de zon door en wordt het een prachtige dag. Zaten we een week geleden hier in zware bewolking, nu is het prachtig en genieten we van de mooie vergezichten. Op 17 juni moeten we na Ponferrada de klim maken naar Cruz del Ferro en dat is vreselijk, van deze kant blijkt de stijging 14% te zijn en het is broeierig heet. We stappen diverse keren af om een stuk te lopen. In "de" refugio van Manjarin komen we Van de Veen uit Wierden tegen en hij wil graag even plat praten. Na nog een korte steile klim begint dan eindelijk de lange afdaling. Was het vanmorgen: "ik kan niet meer, ik haal dit niet en ik wil ook niet meer!", nu is het puur genieten en is alle ellende weer vergeten. Na Hospital de Orbigo begint weer de aanloop naar de hoogvlakte en als we daar eenmaal zijn is het heet en het lange pad over de keien is echt geen pretje. Gelukkig hebben we voldoende drinken bij ons en we vinden in een gehuchtje ook ergens de mogelijkheid om brood met lekkere schinken te eten. Op de meseta ontmoeten we ook heel toevallig onze Belgische vriendinnen nog weer, ze zitten ergens onder een boom en we zijn alle vier heel blij dat we elkaar hier treffen. Na gezellig wat te hebben gepraat gaan de twee meiden aan hun laatste etappes richting Santiago de Compostela beginnen en wij gaan in de andere richting verder. Hein heeft een paar keer achter elkaar een lekke band en als we in Sahagun aankomen op een camping, besluiten we om een nieuwe band te laten monteren. Dat gaat hier supersnel, maar helaas is de band 's avonds alweer lek en moeten we noodgedwongen bij de fietsenmaker op de stoep zitten wachten tot hij om 10 uur terug zal komen. Gelukkig komt zijn zoon tegen 9 uur en helpt ons van het ongemak af. Daarna gaat de route verder door een vlak graangebied en in Castrojeriz overnachten we op een mooie camping waar we na Heins "boodschappen doen" lekker eten bij ons tentje. 's Avonds zitten we buiten op het terras bij de campingkantine, kletsen met een nederlands stel en kijken later nog naar een voetbalwedstrijd op tv. In Bourgos horen we op 20 juni van Petra dat ze zwanger is en wij dus opa en oma worden. We vinden het een fijne verrassing en door dit bericht verliest Bourgos zijn nare bijsmaak. Het is vandaag erg heet en we fietsen via een heel slechte weg door een wel mooi gebied met een paar steengroeves naar Belorado, waar 's avonds op het plein veel vrolijke mensen ronddansen. We eten in een restaurant en drinken een glas wijn op "het heuglijke feit". Op de pensionkamer kijken we nog naar Mexico-België. We hebben het zo ingedeeld dat we vandaag (zondag) langs de grote drukke 4-baansweg naar Logrono moeten. We vertrekken al om 7 uur en het is zoals we verwacht hadden heel wat minder druk dan op een doordeweekse dag. Om 11 uur zitten we dan ook al lekker in de zon op een terrasje in Logrono. Daarna krijgen we heel wat klim- en daalwerk voor de kiezen. We hebben de wind tegen en het is erg warm. In Los Arcos zoeken we hostel Ezequel (met pelgrimskorting) op en houden daar een lange siësta. Ik schrijf een brief aan Truus en later op de avond eten en drinken we iets. Daarna liggen Estella, Puente la Reine en Pamplona op onze route. In Larrasoana merken we dat de versnellingskabel van Trees d'r fiets bijna doorgesleten is en we moeten 12 km terug om dat te laten repareren, we willen niet het risico lopen om in de oversteek van de Pyreneeën met pech te zitten. Het weer blijft heet maar de klim over de Alto Ibaneta / Roncevalles (1057) is een makkie en op de camping in St. Jean Pied de Port is het goed toeven: gezellige mensen uit België, Lieve en Luwe met caravan hebben nogal wat wijn meegebracht en nodigen ons uit die met hen te drinken. Ook treffen we er een nederlands echtpaar, waarvan de vrouw al 6 weken met een gebroken enkel zit, ze wil hoe dan ook een stuk van de pelgrimsroute afleggen zo gauw het gips van haar been af mag, geweldige optimisten dus. Dan zien we de volgende dag 's morgens tegen een uur of 10, zo'n 10 km voorbij St. Jean, in de verte een oranje vlaggetje en jawel hoor: de Wassers uit Breda! Zij en ook wij zijn blij verrast elkaar weer te zien en een hartelijke omhelzing volgt natuurlijk. Ze zijn nog steeds, ondanks een ontstoken voet, vol goede moed. Maar wij denken: "wat moeten jullie nog een akelig eind!". We kletsen een poosje en vervolgen dan onze weg, die via Dax, meestal door bossen en heide loopt. Het weer blijft lekker warm en we zien jammergenoeg geen pelgrims meer. Intussen hebben we de oceaan al bereikt en fietsen verder achter de duinen (Les Landes) over mooie asfaltwegen. We fietsen wat landinwaarts naar Maubuisson waar we een mooie camping vinden aan een groot meer. 27 juni fietsen we 's morgens weg van de camping noordwaarts en komen weer aan de oceaan. We zoeken tegen 11 uur een rustige camping, zetten het tentje op en gaan de hele verdere dag naar het strand, waar we heerlijk genieten van zon, zee en zand. De golven zijn fantastisch en de wind maakt het liggen in de zon verdraagbaar. Dan weer verder noordwaarts over een kilometerslange weg achter de duinen, met af en toe een blik op het water en we steken de Gironde over met de veerboot. Na Royan gaan we verder noordoost door een gebied, dat te vergelijken is met Limburg, soms vlak en soms heuvelachtig. In Taillebourg belanden we op een camping met mensen van diverse pluimage. We denken aan zigeuners, oud-ijzerkerels, bordelen, enz. We zijn eerst wat argwanend, maar nadat we met een fles wijn aankomen is de vriendschap gesloten en we hebben een fantastische avond naast de caravan van madame. Kip, brood, wijn, kaas en chips worden gedeeld en bij het afscheid omhelzen ze ons alsof we hun kinderen zijn. 30 juni. Het landschap waar we nu doorkomen kent afwisselend wijngaarden, goudgeel graan, maïs, zonnebloemen in knop en weilanden. Na Poitiers en Tours belanden we in Blois aan de Loire op een camping 4 km buiten de stad. We komen er nog net droog aan, maar dan begint het flink te regenen. 's Avonds is het nog weer een poos droog en kunnen we toch buiten zitten eten, lange broek en trui aan. De volgende dag nemen we een brinta-ontbijt en liggen lang in de tent. Tegen 11 uur wordt het weer wat beter, we halen stokbroden en na de lunch is alles zo'n beetje droog en vertrekken we. We moeten een lange saaie weg nemen om weer op de goede route te komen. In Chateaudun gaan we beiden naar de kapper en flink gekortwiekt vervolgen we onze weg langs de Loir en Eure door een vrij vlak landschap naar Chartre waar we op de camping heel veel fietsers aantreffen. O.a. Petra en Vincent die naar Santiago de Compostela onderweg zijn en van ons van alles willen weten. We brengen de avond gezellig met hen door op "ons terras" bij de tent. 4 juli gaan we verder langs de Eure. Het weer is benauwd en er zijn vreselijk veel onweersvliegjes. We komen die dag een Nederlandse vrouw tegen die per fiets alleen onderweg is, een gekke Frans-Engelsman op ligfiets en nog een stel Belgen. Gelukkig wordt het nu na veel bos en graan ook weer iets heuvelachtiger en valt er weer wat te klimmen. In Meziere overnachten we in een Formule 1 hotel en horen daar dat Nederland heeft gewonnen van ? en zien Duitsland verliezen van Kroatië. Daarna gaat de route via Compiegne en Chambray, waar we Eugenie ontmoeten. Het gebied is glooiend, soms ardennen-achtig en we blijven dankzij de klimmetjes lekker warm. De zon laat zich niet zien en 's nachts regent het. Intussen hebben we vernomen dat de weersverwachtingen steeds slechter worden, storm en regen wordt voorspeld en we besluiten om niet via de kust van Zeeuws-Vlaanderen, maar zo recht mogelijk naar huis te gaan. We willen proberen om zaterdag thuis te zijn.
Verder gaat het dan door een vrij vlakke streek naar Geraardsbergen en horen we eindelijk, na zoveel weken, weer nederlands spreken. Op een grote camping zetten we ons tentje op, doen de was en eten later op de avond lekker veel Belgische frieten en genieten daar echt van. Als de tent de volgende dag droog is, pakken we de boel in en fietsen langs de Dender, over een heel mooi jaagpad en daarna de Leirekens route, die over een oude spoorbaan loopt tussen goed onderhouden houtwallen. Het weer blijft somber maar de koffiestop in Aalst is aan een gezellig plein. We zijn helemaal in opperbeste stemming als we in Waver dan ook nog eindelijk een paar mooie korte fietsbroeken kunnen kopen. De hele middag motregent het en we beginnen al vroeg naar een camping te zoeken, en dan blijkt dat er geen is in de wijde omgeving. Dan maar een hotelletje, denken we. Maar ook dat valt tegen, men stuurt ons van hot naar haar, maar we vinden het niet. Dan nog maar weer 15 km verder en ja hoor, in Hoogstraten vinden we hotel De Tram. Het erg duur, maar er is niets anders en we zijn intussen door- en doornat. We nemen een lekker bad, draaien de verwarming op om de kleren te drogen en gaan in een leuk klein restaurantje iets eten. De 10e, op Heins verjaardag ontbijten we heel luxe en heel uitgebreid om daarna aan stuk van 145 km naar Werkhoven te beginnen. Gelukkig regent het niet meer en het is fijn fietsen langs allerlei rivieren. Het valt ons op dat er in Brabant ontzettend veel verschillende fietsroutes zijn, je hebt daar echt geen kaart nodig.
Door het Chaamse bos, langs Tilburg, Waalwijk, Gorinchem, Culemborg komen we die avond aan in Werkhoven bij Inge en Rob. Het wordt een gezellige avond, lekker eten en drinken, enz. Jan-Hein en Marion komen ook nog en zo wordt Hein's 63e verjaardag toch nog gevierd. We overnachten bij Inge en Rob en de volgende morgen vetrekken we rond half 10 voor de laatste etappe. We maken dankbaar gebruik van de harde wind en gaan met een vaart van soms wel 36 km/uur over de dijken van Lek, Rijn, en IJssel. We pauzeren natuurlijk wel voor koffie en een maaltijd, maat "het paard ruikt de stal" en deze laatste etappe wordt echt een snelle. In Neede zien we Gerrie voor het raam zitten, en daar kunnen we natuurlijk niet zo maar aan voorbij, dus daar nog even aanleggen en dan .... Na 9 weken zijn we weer thuis!! Petra, Edwin, Marian en Roy wachten ons op met champagne en allerlei lekkere dingen. De fietsen worden bedankt en in de schuur gezet, nu eerst even bijkomen en dan zien we wel weer.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||