Pyreneeën tocht

Gefietst door:

Kees van de Langerijt, Stefan van Os, Herman Meijerink,

Rob van Nimwegen, Jan te Broeke en Jan Meijer.


Zaterdag 19 september.

Om 9.00 uur, vullen we, op het strand van Argeles sur Mer, een bidon met Middellands Zee water. Deze bidon zullen we na 8 dagen fietsen, dwars door de Pyreneeën, leeg gieten in de Golf van Biskaye. De dag ervoor zijn we met zes wielerfanaten `s avonds om 11.00 uur vertrokken. Na een lange maar voorspoedige reis komen we om 15.00 uur aan in Argeles sur Mer, een badplaats vlak bij de Spaanse grens.

We zoeken een hotelletje op voor de eerste nacht en gaan dan naar het strand. Het weer is ook in september nog fantastisch, en het is jammer dat ik geen zwembroek bij me heb. In de verte zie je de uitlopers van de Pyreneeën liggen.

Met de bidon in de volgauto en Stefan achter het stuur stappen de andere vijf op de fiets voor hun eerste etappe van 98 km. Na een paar kleine colletjes bereiken we al vroeg in de middag het hoogste punt (1000m) van vandaag. Daarna dalen we af over een kronkelig weggetje met schitterende vergezichten. Het laatste stukje gaan we over drukke, grote weg naar Prades, waar we overnachten.

Stefan, die de etappes voor elke dag heeft uitgestippeld, heeft geprobeerd de grote wegen te mijden. Soms ontkom je daar echter niet aan en ook betekent het dat we meer kilometers zullen maken om de andere kant te bereiken.

J.M.

Zondag 20 september.

Vandaag gaan we naar Ax les Thermes een tocht over 92 km. Er staan 'maar' 2 colletjes op het programma. Het stijgingspercentage van de eerste, de col de Jau is niet zo groot en het klimmen gaat dan ook prima. Boven op de col zitten we op 1600m, daarna dalen we via een paar kleine bergjes af tot zo`n 800 m. Dan beginnen we aan de tweede, de col de Pailheres, 15 km lang en 2000 m hoog. Op het eerste gezicht lijkt dat nog wel mee te vallen en is de col te vergelijken met de Alpe d`Huez, zelfs iets minder stijl. Niets blijkt echter minder waar. Zo is het de op een na hoogste beklimming van deze fietsweek.

Stefan stapt na een paar kilometer af, zijn benen willen nog wel, maar de rest niet. Herman en ik hebben kramp, Jan t. B. fietst verkeerd, maakt daardoor 10 km te veel en heeft daardoor extra veel kramp. Onze nestor, Rob, heeft nergens last van. Kees rijdt in het busje en maakt foto`s van de omgeving en van onze verkrampte benen.

Als beloning voor de zware beklimming krijgen we een mooie afdaling van maar liefs 20 km naar Ax les Thermes. In dit kuuroord met warme zwavelbronnen zie je bijna alleen maar bejaarden. Met onze zere benen voelen we ons er dan ook wel thuis.

Als we `s avonds door de stad wandelen zien we een heleboel mensen met de voeten in een ondiep 'zwembad' zitten. Al snel hangen wij ook onze stramme benen in het warme zwavelwater. Ik zeg nog tegen de anderen dat ik liever naar Lourdes ga om daar geweid water te drinken om mijn virus kwijt te raken maar dat is te ver omrijden en ik moet het hier maar mee doen. Over de oorzaken van het `slechte` fietsen op deze tweede dag zijn de zes fietsers het wel eens. Zo moet je lichaam eerst wennen aan al dat klimmen, ook als je goed getraind hebt. Verder lijkt het ons goed om de volgende dagen ergens op de dag een langere pauze te houden.

J.M.

 

 

 

Maandag 21 september, 96 km van Ax-les-Thermes naar Aulus-les-Bain

Na de zware tocht van gisteren lijkt het mij verstandig vandaag maar eens rustig aan te beginnen. De etappe Ax-les Thermes naar Aulus-les-Bain leent zich daar goed voor. De lucht is helder dus het beloofd vandaag weer een warme dag te worden. Eerst een klim van ongeveer 10 km die steil begint maar met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,5% niet tot de categorie "zwaar" gerekend kan worden. Eenmaal het dorp uit steek ik al gauw de 28 en peddel heel rustig naar boven. Zuinig fietsen noem ik dat. Na de top op 1400 m gaat het in een lange afdaling naar het plaatsje Tarascon-sur-Ariege. Het is een prachtige afwisselende afdaling. De route voert ons over smalle weggetjes door een bosrijke omgeving en via haarspeldbochten langs diepe dalen. Een paar keer stappen we van de fiets om te genieten van de prachtige vergezichten en om een paar fotootjes te maken. De afdaling kent vele kilometers met weinig of geen verval. Het tempo is laag. Het is vandaag een echte "wandeletappe".

In Tarascon-sur-Ariege is de helft van de tocht afgelegd en wordt er een pauze ingelast. Ook dat hebben we geleerd van de twee vorige dagen. Als wij deze zware week willen overleven zullen we bij tijd en wijle toch wel even moeten rusten. Een terrasje uitgezocht met uitzicht op de Ariege. Bij veel fietsen hoort ook veel eten. Vraag het Jan ten Broeke maar. Dus er worden borden met salades en een flink formaat sandwich besteld. Na de pauze is het nog ongeveer 27 km te gaan naar de tweede col van vandaag, de Port de Ler op een hoogte van 1500 m. Gedurende de eerste 17 km hoeft er weinig hoogteverschil afgelegd te worden. De omgeving doet mij een beetje denken aan het gebied rond Cluzas (col d'Aravis) bij Annecy in de Franse Savoie. Een glooiend landschap met verspreid wat kleine dorpjes. De flora is behoorlijk groen met zo hier en daar toch al wel wat bruine herfst tinten. Ik had verwacht dat het in deze streek kaler en droger zou zijn. Gedurende de eigenlijke beklimming van de col de Lers worden we door de dichte bebossing mooi uit de zon gehouden. De beide Jannen rijden voorop. Dat beeld zullen we deze dagen nog wel vaker meemaken, tenminste als Jan Meijer zijn virus de baas kan blijven. Rob en ik volgen op gepaste afstand met Stefan op de hielen. Net voor de top komt Stefan mij nog voorbij. Boven aangekomen even uitrusten, een foto maken en dan op weg naar de volgende, de col d'Agnes. De afstand tussen beide cols is maar 8 km, met een hoogte-verschil van 300 m. Niet moeilijk dus. De "afsink" naar Aulus-les-Bain is steil met stukken van 13%. Ik moet hier zoals gewoonlijk weer alle zeilen bijzetten om heelhuids beneden te komen, want van deze afdaling kan ik mij niet veel meer herinneren realiseer ik mij al schrijvende.

 

 

 

Wat ons wel bij zal blijven is het dorpje Aulus-les-Bain. Een gehucht, eens welvarend weet ons een engels sprekende Fransman te vertellen. Rijke Noord Afrikanen hebben dit dorp ooit bewoond, maar tijdens de tweede wereldoorlog (of was het de eerste) zijn de meesten vertrokken. Het dorp ligt er verlaten bij. Vele hotels zijn niet meer in gebruik. Het hotel dat ons voor die ene nacht wil opnemen hoort tot de categorie "snel vergeten". Dat geld ook wat betreft het eten. Vooraf een vissoepje. Niet ruiken, gewoon eten. Dan een ondefinieerbaar "stoofpotje" met vlees. Welk dier daarvoor geslacht is zal voor eeuwig een geheim blijven. Overigens, er lopen wel verdacht veel honden en katten in de "eetzaal". Het hoofdgerecht ziet er Hollands uit. Kippenpoot met gebakken piepers. Na het eten nog even door het dorp geslenterd en dan naar bed. Dat betekent voor mij het matras uit het doorgezakte bed halen en op de grond de nacht doorbrengen. Het ontbijt de volgende ochtend bestaat uit oud brood dat gezien de zwarte korsten te lang in de oven heeft gelegen, niet te smeren jam omdat die stijf staat van de suiker en sterke koffie. Of de tijd hier is stil blijven staan. Maar heren niet getreurd, een echte fietser weet wat afzien is. Een nieuwe dag brengt ons weer nieuwe kansen.

Herman.

 

Dinsdag 22 september.

Na een ontbijt van oud opgewarmd stokbrood en eigen gemaakte jam van het hotel verlaten we het uitgestorven Aulus le Bains. Herman rijdt vandaag met de bus en hij krijgt gezelschap van mij want het 'schijt' virus speelt weer op.

Ik voel me echt beroerd als de anderen de col de Latrape op fietsen. Een leuke klim die gelukkig niet zo slingert. De col de la Core is wel moeilijker, 13 km lang en gem. 6,4 %. Ook Kees, die nog niet eerder in de bergen gefietst heeft, gaat steeds beter fietsen. In een dorpje halverwege de dag etappe van 118 km rusten we uit. Herman en ik besluiten te gaan fietsen. De misselijkheid bij mij is zo goed als over.

Na de col de Portet d`Aspet, een gemakkelijke klim en de col de Mente, de laatste vandaag en daardoor ook nog zwaar, rijden we nog een stukje `vlak` en bereiken Bagneres de Luchon.

J.M.

Woensdag 23 september.

Vandaag de koninginnenrit, althans zo lijkt het want ze zijn bekend uit de Tour de France: de Peyresourde, de Aspin en de Tourmalet.

We beginnen erg rustig aan de eerste col, zo`n 1000 m omhoog over een afstand van 14 km. Aan de dorpjes waar je zo nu en dan door komt kun je zien, dat het toerisme hier nog niet zover is als bv. in de Alpen. Het ziet er vaak armoedig uit. De wegen zijn echter goed berijdbaar. Meestal loopt onze route over gele en witte wegen op de Michelinkaart.

De col de Aspin is ook goed te doen voor iedereen. We halen zo nu en dan mensen in, die met bepakking, op een ATB of trekkingfiets, deze cols befietsen. Soms zie je er een laveren van de ene kant van de weg naar de andere kant en terug, dit om de helling wat minder stijl te maken. Zo maak je wel meer meters maar kom je toch omhoog. Ons lijkt het geen pretje, maar wij hebben gemakkelijk praten, want we maken gebruik van een volgauto, waar alle bagage in zit.

Boven op de col is het vaak koud, zeker vandaag want het is bewolkt. Daarom pakken we de nodige warme kleren en knallen naar beneden. Een aantal van ons hebben zelfs de winterkleren meegenomen om maar op alles voorbereid te zijn.

En wat bleek? Op de Tourmalet, de derde col van vandaag, kwamen die kleren goed van pas. Je bent kletsnat van het zweet en bovenop is het ijzig koud. Niet te lang buiten staan en wachten in de bus tot iedereen er is. Het winterjack, de handschoenen en zelfs de overschoenen worden uit de tas gehaald en aangetrokken.

In het plaatsje Argeles Gazost zoeken we een hotelletje op. Even onder de douche en dan genieten we na op het asociale grote balkon van de kamer van Herman en mij. Als we terugkijken op deze 3 cols kunnen we niet zeggen dat dit nou bijzonder zwaar was, maar wie weet komt er nog wat anders.

J.M.

 

Donderdag 24 september, 100 km van Argeles-Gazost naar Arrete

Het heeft 's nachts geregend, maar als we 's morgens naar buiten kijken klaart het al weer op. Op ons balkon met uitzicht op de bergen even de bidons vullen en een foto maken voor het nageslacht en dan aan het ontbijt. Stefan en Kees waren gisterenavond niet zo best te pas. Ik denk dat ze iets verkeerd gegeten hebben. Stefan zit er nog slapjes bij. Beide heren nemen vandaag plaats in de bus en de rest kan op de fiets.

Het belooft vandaag een mooie dag te worden met de beklimming van de cols du Soulor, d'Aubisque en Marie-Blanque alle drie bekent van de tour du France. De Soulor en de col d'Aubisque liggen in elkaars verlengd. We moeten een hoogteverschil van 1300 m overbruggen. Ik begin vandaag maar weer rustig. Dat bevalt me tot nu toe goed. Samen met Rob naar boven. Als je met Rob samen opfietst wordt er onderweg nog wel eens een fotootje gemaakt. Ik vind het niet erg. Per slot van rekening zijn we hier voor ons plezier. Na 12 km ontspannen fietsen en van de omgeving genieten begint de klim naar de top van de Soulor. 2 km 8%, daarna 2 km 8,5% en nog eens 2 km 8%. Een beste jongen dus. Op de top van de Soulor heb je een mooi uitzicht over het dal tussen de Soulor en de Aubisque. De afstand tussen beide cols is ongeveer 10 km, waarvan de eerste 2 km 100 m afdalen en daarna 300 m klimmen. Van dit traject heb ik echt genoten. Je hebt de tijd om om je heen te kijken, want de weg slingert zich langs de bergwand op een hoogte van gemiddeld 1500 m. Voor de top van de Aubisque nog even in de remmen knijpen want familie rundvee steekt weer eens de weg over. Als we vanaf de top terugblikken zien we een bekend figuur naar boven fietsen. Het is onze Duitse vriend. We zijn hem deze week al vaker tegengekomen. Hij weet ons te vertellen dat hij bezig is met een fietstocht naar een dorpsgenoot die al een aantal jaren in Spanje woont. Hij is al 3 weken aan het fietsen en is gestart in de buurt van Heidelberg. De afdaling van de Aubisque is weer steil en lang. Te lang voor mij om er daadwerkelijk plezier aan te hebben. Wil ik de fiets op een recht stuk eens even de vrije loop laten, komt er ineens een schaap de weg over hobbelen. Ik ben altijd blij als ik weer heelhuids beneden ben.

In het dal aangekomen wordt het tijd een terrasje op te zoeken, maar helaas het aanbod is gering en voordat we er zelf erg in hebben biedt de volgende bult zich al weer aan. De Marie-Blanque of eigenlijk gezegd eerst de beklimming van de col du Porteigt van 400 m naar 900 m, daarna een aantal kilometers plateau en dan de Marie-Blanque die zo'n 150 m hoger ligt. Het plateau is nog wel leuk om te fietsen maar de rest van deze col is op zijn goed Hollands gezegd "shit". Te veel koeien produceren hier teveel stront dat niet alleen de fiets besmeurt maar ook onze bidons. Rob kan er over mee praten. Hij kan je haarfijn uitleggen hoe dat smaakt. Na de afdaling van de Marie-Blanque wordt er een rustpauze ingelast. Uitgeteld zitten de heren fietsers tegen een muur aangeleund. De fut is er een beetje uit. Er staan nog 2 colletjes op het programma. We komen er vandaag niet meer aan toe. Ook al omdat de tijd

dringt wordt na wijs beraad besloten de kortste weg naar de eindbestemming te nemen. Vandaag is dat de plaats Oleron die we moe maar voldaan na ongeveer 10 km fietsen bereiken. De teller staat op 90 km.

Herman.

 

Vrijdag 25 september, 142 km van Arrete naar St. Jean-Pied-de-Port.

Vandaag staat er een lange etappe op het programma. Bij mij eisen de inspanningen hun tol. Mijn rug protesteert, een teken dat ik het vandaag maar rustig aan moet doen. Dus neem ik vanochtend plaats in de bus. Jan Meijer houdt mij gezelschap. Het virus wint het weer van zijn afweer systeem. De afgelopen nacht heeft het geregend en geonweerd, maar als ik dit schrijf (in de auto) schijnt de zon al weer. Van uit de auto kun je alles mooi overzien. Voor mij rijdt het overgebleven viertal. Stefan en Kees zijn weer geheel hersteld. Kees fietst overigens steeds beter. Ondanks het zware parcours is hij vanmorgen toch op de fiets gestapt. Rob oogt fris vanmorgen en Jan ten Broeke is zoals altijd onverwoestbaar. Zal wel komen door het geweldige hoeveelheid voedsel wat hij deze dagen naar binnen heeft gewerkt. De etappe gaat over Spaans grondgebied, althans dat is de bedoe-ling. De eerste col is wel heel erg zwaar. Stukken van 15%. De bus moet in de eerste versnelling naar boven. Wat mij opvalt is dat het vee hier in de bergen overal losloopt. Schapen, koeien, paarden, zelfs varkens heb ik hier over straat zien gaan (niet op de fiets hoor!!) Om dan nog maar te zwijgen over datgene wat ze achterlaten. De koeien hebben er ook geen probleem mee een steile helling te begrazen. Klimkoeien dus. Na geweldige krachtinspan-ningen wordt na 25 km de top van de col de la Pierre-Saint-Martin bereikt. Vanaf het vertrek in Arrete is een hoogteverschil van 1500 m overwonnen. Iets over de top ligt de Spaanse grens. Het landschap hierboven is ruig. Veel rotsblokken en weinig begroeiing. Op de top staat een vreselijke harde wind en het is koud. Het weer wordt er ook niet beter op. Wolkenvelden komen aandrijven vanaf de Spaanse kant. Er ontstaat enige discussie tussen Stefan, Jan ten B en Rob. Doorgaan met de route over Spaans grondgebied met het risico van slecht weer of een alternatieve route langs de grens. Het verstand wint het van de uitdaging en we gaan terug. De alternatieve route is overigens erg mooi.

Ergens halverwege de Port de Larrau wordt een restaurant gevonden voor de broodnodige rust. Ik haal de fiets uit de auto en begin met een afdaling naar Larrau. Van daaruit moet er weer geklommen worden. Zo'n 7 km naar de top van de col Bagargui. De spaans klinkende naam geeft aan dat we ons hier in het grensgebied bevinden. Baskenland dus. Halverwege de beklimming begint het te regenen. Ik heb het koud en nog steeds last van mijn rug. Er moet nog 4 km afgelegd worden met een stijgingspercentage van gemiddeld 11%. Ik geef het op en stap in de bus. Boven op de top aangekomen wacht ik op de doordouwers die meer dood dan levend aankomen. Alle hartslag meters staan op tilt. Jan ten Broeke heeft op zijn fiets een hellingsmeter gemonteerd. 15% is het maximum wat hij gemeten heeft. Er moet nog 40 km afgelegd worden, het is al half vijf, het regent pijpenstelen en er waait alweer een ruige wind. Het hele stel stapt in de bus en we rijden gezamenlijk naar de overnachtingsplaats, St. Jean-Pied-Port. De rit voert ons 25 km over de graat van de cols de Sourzay (1140 m), d'Irau (1008 m), d'Artha-buru (1119 m), d'Asqueta (986 m) en d'Arthe (937 m). Deze route hadden we graag willen fietsen, maar dan met beter weer. Echt ongelooflijk mooi. Niet te beschrijven. In de afdaling komen we een Engelsman tegen met de fiets aan de hand. Hij kan zich amper staande houden tegen de wind. Hij wil daarboven met dit hondenweer nog in een tentje overnachten. Onze zegen heeft hij. Wij verkiezen een warm bed in het toeristische stadje St. Jean-Pied-Port, waar wij veel te laat aankomen en bijna de hond in de pot vinden.

Herman.

 

Zaterdag 26 september, 130 km van St. Jean-Pied-de-Port naar St. Jean-de-Luz.

Het verslag van de laatste dag schrijf ik maar weer eens vanuit de bus. We fietsen vandaag nog een keer door Spanje. Col d'Esnazu klinkt nog Frans maar na een kilometer of 40 heet het ineens collado de Urquiaga. Het is een kale grensovergang. Er valt niet veel te bewonderen. Ik wacht hier tot iedereen binnen is en maak een foto van het stel met op de achtergrond een verroeste grenspaal. De route gaat verder door de bossen. Er valt eigenlijk niet veel meer te schrijven. Na 8 dagen fietsen heb je het ook wel zo'n beetje gehad. De laatste echte col is de Porto de Artegiage op 1000 m hoogte. Ook hier staat weer een stevige wind. Kees houdt mij inmiddels gezelschap en samen rijden wij in de afdaling achter de jongens aan naar beneden. We houden vandaag maar geen pauze want we willen op tijd in St. Jean-de-Luz zijn. Beneden aangekomen zet ik de auto in de berm, kleed mij gauw om en stap op de fiets. Het zonnetje schijnt nog steeds dus ik kan nog even een paar uurtjes genieten. Volgens de wegbewijzering moeten we weer omhoog (11% staat er op het kaartje) maar het eerste stuk is zo slecht dat we maar besluiten langs de grote weg verder te gaan. Ik denk dat de meesten van ons wel genoeg hebben van de 10 procenters. 10 km voor St. Jean-de-Luz is er nog een laatste bult te beklimmen met een bescheiden hoogte van schrik niet, 300m. In de afdaling even stoppen voor de foto met op de achtergrond de Atlantische oceaan. Het is volbracht!!!

We komen om ongeveer 5 uur aan in St. Jean-de-Luz. Nadat we met het bekende ritueel het Middellandse zeewater geloosd hebben in de Atlantische oceaan pakken we weer alles in de bus en zoeken een terras op. Het begint zachtjes te regenen. De restaurants gaan pas om 7 uur open. Zo lang willen wij niet wachten. Dan maar een patatje met mayo en hup de bus in. Over de reis naar huis kan ik kort zijn. Het regent de gehele nacht en de zondag ochtend erbij. En paar kilometer onder Parijs om 4 uur in de ochtend krijgt de bus kuren. Hij loopt op drie poten. Gauw een tankstation opgezocht en onder de motorkap gekeken. De brandstofinspuiting is lek. Het spuit er niet in maar eruit. Ik laat een sleepdienst bellen. Als de man overtuigd is dat hij hier niets kan doen takelt hij de bus op de aanhangwagen. Wij moeten ook nog mee, dus alle 6 in de bus. Je kunt je voorstellen dat er toen wat afge-lachen is. In de garage wordt de zaak snel gerepareerd zodat wij weer verder kunnen. Zondagmiddag om 2 uur zijn wij thuis.

Het is een prachtige week geweest. Wel zwaar maar dat hebben we aan ons zelf te danken, of eigenlijk aan Stefan want die heeft alle etappes samengesteld. Ik heb deze week ontzettend veel indrukken opgedaan. Teveel eigenlijk om op te nemen. Vele momenten zijn vastgelegd op de gevoelige plaat, van krakende fietsers en etende fietsers en plaatjes zonder fiet-sers, gewoon een paar mooie fragmenten uit de uitgestrekte Pyreneeën.

Herman.