|
Haaksbergen - Nagykörös (Hongarije)10-08-96 t/m 18-08-961544 km in 8 dagenRoute: Haaksbergen - Hunswinkel - Weibersbrunn - Furth - Kossnach - Linz - Riederberg - Szekesfehervar - Dabas - Nagykörös.Geachte lezers: Op de volgende bladzijden is het uitgebreide verslag van de fietstocht naar Hongarije te lezen. Een groot deel van deze tekst is ontleend aan hetgeen in de maand augustus in de Dagblad Tubantia/Twentsche Courant heeft gestaan. Omdat dit grotendeels de ervaringen van de begeleiders zijn geweest, is aan enkele fietsers gevraagd om vanuit hun optiek een bijdrage te leveren. Joop Temmink, Ton Witsenboer, Gerrit van Os, en ondergetekende hebben gezorgd voor allerlei aanvullingen/wijzigingen, etc., en het geheel op een redactionele wijze doorgenomen. Naar hun mening is het eindresultaat geslaagd, waarbij een goede mix is geprobeerd te vinden in de ervaringen van de begeleiders en de fietsers. Aan het eind van het verhaal is een lijst van woorden en kreten toegevoegd, die u waarschijnlijk niets zullen zeggen, maar die tijdens de rit veelvuldig door een ieder zijn gebruikt of misbruikt. De Hongarije-gangers zullen ze in ieder geval nooit meer vergeten. Dank gaat tevens uit naar Maureen Portier, die op een voortreffelijke wijze all teksten, aanvullingen en mutaties heeft omgezet in een goed leesbaar verhaal met dito lay-out. Met vriendelijke groeten, Geri Robers. Hunswinkel zaterdag 10 augustus 1e fietsdag ROUTE: Haaksbergen -
Hunswinkel (Biggesee) = 187 km. Eindelijk, Na maandenlange voorbereiding
van deze fietstrip staan de deelnemers te trappelen om te vertrekken.
Na korte toespraken van burgemeester Hans van Agt, Clemens Wentink en
Joop Temmink vertrekt de stoet richting de grens, waar na een drankje
de lange tocht (ruim 1.500 km) begint. We zijn blij verrast door de grote
opkomst van de HTFC'ers, die ons uitgeleide willen doen. Zeker 25 leden
fietsen zo'n 35 km met ons mee. Frans van het Bolscher kan helemaal geen
afscheid van ons nemen, want hij fietst 60 km met ons mee Duitsland in,
en op kop! Al gauw blijkt dat Duitsland nu niet bepaald hèt fietsland van Europa is. Tijdens de eerste 15 kilometers worden 3 bijna-aanrijdingen geregistreerd, veroorzaakt door autobezitters die haaietanden niet van een gaaf gebit kunnen onderscheiden. Onze eerste pauze is na 55 km. Er staat heerlijke koffie met lekkere broodjes op een campingta-feltje op ons te wachten. Een Nederlands echtpaar op volledig bepakte fietsen komt ons tegemoet, rijdt ons voorbij, keert terug, en wil ook graag koffie. Ze hebben al zo'n 2.400 km gefietst, met alleen maar mooi weer, en zijn nu op weg naar Ootmarsum. De echte drinkers zijn in
goede handen omdat onze inkoopmedewerkers een lading cola hebben ingeslagen
voor 6 weken. Het verzoek om een blikje wordt voorzichtig geweigerd, omdat
de cola-voorraad heerlijk ligt te rusten in garagebox 6 van Henk (motor)
ter A. Om het nodige gevloek en getier te voorkomen wordt om de haverklap
een tankstation geplunderd. Henk deelt vanuit de auto bananen uit en geeft
aan Martin een banaan met schil. Het geheel wordt zonder blikken of blozen
verorberd. Het is warm en benauwd. Dat merk je vooral als we voor de stoplichten moeten wachten, en in het Ruhrgebied gebeurt dat zowat om de kilometer. We voelen het zweet over onze rug lopen. Bij een temperatuurtje van 32mC houdt een verfrissend buitje menigeen op de fiets. Ondanks de vele traningskilometers zijn er krampproblemen bij Gerrit en Henk V. Klokslag 18.00 uur dendert de karavaan Hunswinkel binnen, en het prettige is dat meteen op het terras kan worden aangeschoven. Martin verliest de eindsprint, die hij met Johan Wegerink aangaat. De finish is licht bergop, en daar kan Martin niet tegen. Is dit een teken aan de wand voor de komende dagen? Op het terras gezeten wordt de lucht echt zwart, en na onze tweede halve liter moeten we naar binnen vluchten. Onze fietsen mogen in een garagebox. We eten schnitzel, ruim vlees, lekkere groenten en naar keuze gebakken aardappelen of friet. Heerlijk gegeten. Martin en Arjan nemen zelfs nog een tweede portie schnitzel, onder het mom: "je moet goed eten, anders haal je het niet!" Onder het eten worden (heel
gepast) enkele "tips voor de bips" uitgewisseld. De avond wordt
in gepaste gezelligheid doorgebracht. Geen probleem in het gezelschap
van diverse "blonde jongens". Vlak voor het slapen gaan vraagt
Ton aan Joop of hij de elektrieke deken op standje 3 wil. Nou, 2 moet
voldoende zijn. Prima! De verwende HTFC'ers gaan onder dons, terwijl de
regen zachtjes tegen het zolderraam tikt. Weibersbrunn zondag 11 augustus 2e fietsdag ROUTE: Hunswinkel - Weibersbrunn
= 250 km. Zondag 11 augustus is een heerlijke dag. Ton viert z'n 49ste verjaardag en wordt bij het ontbijt hartstochtelijk toegezongen. Gebak met koffie is zeer welkom! Elk hotel of pension krijgt van de HTFC een stel klompen aangeboden. U zult zeggen "Wat een Hollandse truttigheid"! Ze worden in dank aanvaard
en of we nog een keertje terug komen: op de fiets! Dit wordt een extra lange dag. In het begin missen we een aantal weggetjes zodat onnodig veel kilometers worden gereden: 250,7 echte kilometers. Voor een deel is dat onze eigen schuld. De kaarten die we hebben zijn niet geheel actueel, terwijl de Duitse wegenbouwers intussen niet stil hebben gezeten. Aan de andere kant schijnt het in de Pruis een hobby te zijn om van een normale weg plots een autobaan te maken. Vooral de wat grotere stadjes blinken uit in meer dan voldoende richtingaanwijzigingen naar een volgend dorp: geen dus. Warmte, hellingen van 14% en steiler, de weg kwijt raken, al met al zijn dat de redenen, dat we tegen 17.30 uur een pauze houden na 180 km, in de wetenschap, dat we nog ongeveer 70 km moeten fietsen. Een van verbazing achterovervallende Duitser die op het punt staat om de inrit van een autobaan op te rijden, passeert Gerrit die na overleg met de volgauto juist in diens tegengestelde richting fietst, komend van diezelfde autobaan. Als we eindelijk in Aschaffenburg aankomen, en Martin hoort, dat we nog zeker 30 km over een moeilijk parcours moeten fietsen, zegt hij resoluut: "Ik doe niet meer, ik hou er mee op, waar is de auto?" Die auto is net 1 minuut tevoren door wegkapitein Henk V. naar onze eindbestemming doorgestuurd. Je ziet Martin bleek wegtrekken, maar wat een karakter: doorfietsen. Na een lange steile klim denken we er te zijn. Hoe heet ons dorpje ook alweer? We vragen de weg bij een huisje waar licht brandt, het is al schemerig. Weibersbrunn, nog 6 km. Inderdaad nog 6 km daar in het dal? Nein, nur bergauf! De macht is uit de benen verdwenen, klein verzetje, blik op oneindig, gedachten op nul, en rustig omhoog. Daarna een korte afdaling, we kunnen de borden nog nauwelijks lezen. Daar staan Geri en Henk al langs de kant van de weg, gelukkig we zijn er. Dat eindpunt wordt vanwege de extra kilometers om 21.00 uur bereikt!!! Vandaag hebben we (bijna allemaal) echt afgezien. Chapeau voor ons zelf!!! Henk en Geri hebben alvast het menu (schnitzel, friet, blaadje sla) besteld met de verzekering: de fietsers komen er zo aan. Aan het gezicht van het serveerstertje is tijdens de maaltijd overduidelijk te zien dat ze haar werk met frisse tegenzin doet. Eén coureur verkiest na de uitputtingsslag van deze dag met Waterloo in zicht een tafeltje in de hoek voor zich alleen om zich te bezinnen op de zin van het fietsersbestaan. Na het warme eten is er
onder een genot van enkele "blonde jongens" uit het privé
verzameling van de eigenares van het pension een korte briefing over de
route van morgen. Om gehannes en gezoek te voorkomen is een nieuwe kaart
gekocht. Joop, dekentje weer op 3? Nou 6 heeft mijn voorkeur. Geen punt!
En evenals gisteren een epiloog? Prima idee! Oh ja, nog dit. De bolletjestrui
is dit keer niet naar de beste klimmer gegaan, maar naar de grootste broodjeseter
van het peloton. Met afstand is dat Martin geworden. Fürth maandag 12 augustus 1996 3e fietsdag ROUTE: Weibersbrunn -
Fürth = 169 km. Na het gebruikelijke overhandigen van de klompjes aan de eigenares van alweer een prima slaapgelegenheid, is de moraal groot. Voor de niet fietsers: men heeft een lekker gevoel. De eigenares reageert in de trant van "hoeveel van die klompjes heeft u? Mag ik nog een paar, ik heb namelijk 2 kleinkinderen". Helaas. De zeer lange dag van gisteren vindt zijn weerslag in het bovennormale gesnurk van iedereen, op 3 na. Gerrit is van mening dat zijn zonnebrand onvoldoende werkt. Dat is zeer goed mogelijk, want een bij Nederlanders bekend fenomeen begeleidt ons de gehele dag. U raadt het al: regen. De tocht begint met een lange, steile klim. Vervolgens hebben we een afdaling van zeker 20 km richting Würzburg. In de regen zo'n 50 km/uur rijden over schoongewassen asfalt is toch een lekkere ervaring. Würzburg zelf is ook klimmen en dalen tussen het drukke verkeer door. Gerrit krijgt er een lekke band. Hij begint hem te plakken, tot grote ergernis van Eppie, die het koud begint te krijgen. "Waarom doe je er niet even gauw een reservewiel op?". "Dan doet mijn kilometertellertje het niet meer!", is het antwoord: echt karakter. Onderweg zien we een auto
op zijn kop liggen, zo'n 30 meter naast de weg in een wei. Ziekenauto
er bij, de man of vrouw ligt er waarschijnlijk nog in. Zwijgend klimmen
we in de regen verder. Overleg met wegkapitein Henk V. gisteravond leidt er wel toe dat de besproken route tadellos kan worden gevolgd. Nog meer regen! De volgauto neemt ± 15 km lang een andere weg dan het peloton. Het is een toppunt van planning dat we op de meter nauwkeurig samenkomen. Nog veel meer regen!! Buiten de normale ongemakken is er niemand die ziek is. Dat mag best een wonder worden genoemd, omdat eergister in tropische hitte is gefietst, terwijl nu de 18 graden amper wordt gehaald. Wat de fietsers er weer bovenop brengt zijn de gehaktballen van Joops moeder, en de rollade die door Annie van Os is aangeboden bij vertrek uit Haaksbergen. Henk t. A. en Geri hebben het later op deze dag geplande waterfietsen te Fürth afgezegd. Het houdt niet op met regenen! De weg verandert plotseling in een autobaan. Wat doen we, omdraaien of doorfietsen? De wegkapitein besluit: doorfietsen. Achter elkaar over de vluchtstrook, volgauto dekt ons in de rug. Sommige automobilisten toeteren groetend (fans), anderen toeteren uit kwaadheid. Het wordt nu echt link. Uiteindelijk nemen we een afslag, tot ergernis van Johan, die wil doorfietsen. Er is even wat lichte onenigheid over wat we gaan doen, maar uiteindelijk fietsen we weer samen, en blijken we op een modderpad al in Fürth te zijn aangekomen. Hier blijkt de klasse van onze wegkapitein. We moeten naar een motel, niet langs een autobaan, maar gelegen midden in de stad. Met wat vragen zo hier en daar, en met zijn topografische gegevens op een papiertje, leidt hij ons er feilloos naar toe. Bij het "motel"
spuiten we onze fietsen, en ook ons zelf schoon. Rillend een warme douche
opzoeken, er blijkt ook een wasmachine en een droogtrommel aanwezig, en
die zijn de eerst komende uren voor ons aan het werk. Beneden is een gezellige
ruimte, waar de hoteleigenaar van die grote jongens serveert, en nog één,
en nog één. Henk haalt uit de volgauto een grote zak pinda's
en deponeert ze vervolgens in asbakken. Er zijn ook gehaktballen, en natuurlijk
worst. Die worden in no time verslonden. Johan vraagt aan iedereen hoe
het met zijn wasje staat. Hij heeft namelijk zelf niet zoveel tijd, last
van de maag, en hij probeert alle alcoholische drankjes uit, of het misschien
beter wil worden. Na nog een glaasje vraagt hij weer: "Zeg, hoe zit
het eigenlijk met mijn was?" De Altstadt van Fürth (vlakbij Nürnberg) mag voor menig toerist interessant zijn, de vele wegopbrekingen en de Einbahnstrassen maken het zoeken per auto tot een crime. Geri vindt Fürth één van de schilderachtigste parkeerterreinen van Duitsland. De VVV/ANWB van Haaksbergen verdient een groot compliment. In no time is een aantal Gasthöfen en Pensions gereserveerd van tot nu toe uitstekende kwaliteit. De gemakkelijke koers die de Rabo-bank hanteerde bij het omwisselen van guldens naar marken is ook mooi meegenomen. Na een copieuze spaghettimaaltijd
is het tijd om Fürth te bekijken. En weet u wat? Het is droog. Als wij aan het eind van de avond aan de hoteleigenaar, die zo te horen ooit een hoge rang heeft bekleed, vragen hoe we het best met de fiets door Fürth en Nürnberg komen, verklaart hij ons voor gek. So eine unmögliche Frage heeft hij in zijn 30-jarige waardschap nog nooit gehad. Hij kan ons niet helpen. Navraag bij een politiebureau leert dat de soep niet zo heet wordt gegeten als ie wordt opgediend. We gaan gewoon naar Straubing,
geen geouwehoer!! Kössnach a/d Donau dinsdag 13 augustus 4e fietsdag ROUTE: Fürth - Kössnach
a/d Donau = 167 km. Het is vandaag een prachtige fietsdag. Het is droog en gaandeweg de rit breekt de zon door. De agglomeratie Fürth/Nürnberg levert weinig problemen op. Eppie en Martin sleutelen al voor het ontbijt geruime tijd aan de fietsen. De enige die ziekelijk is, is Johan: maagklachten. Hoewel ... na 20 km is de eerste valpartij, waarvan Martin het slachtoffer wordt. Het is dan ook de 13e. Zijn linker elleboog is behoorlijk gekwetst en hij heeft hinder van zijn heup. Hospik Arjan verzorgt zijn bloedende wond vakkundig. Zoals het een echte doorzetter betaamt, rijdt Martin stug door. Het landschap wordt trouwens met de dag indrukwekkender. Je doet het niet gauw als je bijvoorbeeld naar Oostenrijk rijdt, maar eigenlijk zou je heel langzaam door Duitsland naar het zuiden moeten rijden. Het weer wordt steeds vriendelijker, zonnig, niet te warm, een beetje wind. In een woord: Ssjjitterend!!!!! Het is een wonder dat de groep en de volgauto elkaar nog niet uit het oog zijn verloren, maar in Regensburg is het zover. De groep verrijdt zich, doch wordt door een autochtoon naar de juiste weg begeleid. Het is een fietsende Duitser. We moeten terug, en hij fungeert als gids. Hij rijdt voorop, samen met de wegkapitein. Je ziet zijn gezicht steeds roder worden, achter op zijn rug wordt een donkere vlek zichtbaar, en Henk maar praten, bij zo'n 28 km/uur. We komen onze auto ook weer tegen. Binnen 10 minuten zijn we elkaar weer kwijt, maar door toeval komen we weer bij elkaar. Om 14.00 uur is er het moment suprème: de HTFC'ers bereiken de Donau. De aankomende dagen zal veelvuldig langs deze rivier worden gereden richting Wenen. We zien meteen een bordje:
Donau Radweg. Het is een uitstekend geasfalteerde weg, veel fietsers,
hele gezinnen bepakt en bezakt, kleine kinderen erbij, helm op. De Donau
ligt rechts van ons. Als Martin ons ineens zingend en hard passeert, wordt
het tijd om hem even weer met beide benen op de grond te zetten. Het tempo
wordt via een carrousel omhoog geschroefd tot 45 km/uur, en het wordt
erop en erover. Martin hoorde ons alleen nog maar fluiten. Al met al een
bewijs, dat de moraal er weer voor 100% is. Na aankomst bij ons slaapadres wordt de koelkast in no time geplunderd, tot wanhoop van de eigenares. Die heeft natuurlijk verwacht dat een sportieve wielrijdersclub geen druppel alcohol drinkt. Ze weet nu beter. In het zeer nette pension duikt Johan als eerste in een vol bad. Hij maakt zo'n beetje al het warme water op, maar ja, hij heeft ook last van zijn maag, en er is hier geen kruidenbitter. Nu wil Martin graag in bad. Hij neemt een duik, maar bemerkt tot zijn sch(r)ik dat Johan er nog in ligt. Hij heeft last van zijn
elleboog, en bovendien een stijve, ........ heup: hij loopt als een invalide.
Wat moet dat morgen worden? 's Avonds gaan we eten in een restaurant Alter
Peter, naast het pension. De kok laat ons een heerlijk stuk rundvlees zien, en vraagt of hij die voor ons moet braden. Het smaakt verrukkelijk. Joop en Geri liggen op de grond van het lachen als ze Henk t. A. vlak voor bedtijd tegen het lijf lopen. Zijn nachtoutfit doet denken aan het shirt van F.C. Den Haag of Aston Villa! Joop en Ton komen tijdens
het epiloog tot de verrassende ontdekking dat aan de fietsstijl en houding
het karakter van de coureur afgelezen kan worden, en overwegen deze bevindingen
in een boekwerkje vast te leggen en dit begin december het levenslicht
te laten aanschouwen. Morgen gaat de trip verder
naar Oostenrijk. Tot nu toe is de trip boven verwachting goed verlopen.
Twee lekke banden en één valpartij, en dat op bijna de helft
van de tocht is niet slecht. We hebben het gevoel dat de groep per dag
sterker wordt. Dit belooft wat voor de volgende dagen. Linz woensdag 14 augustus 5e fietsdag ROUTE: Kössnach
- Aschach in Oostenrijk (± 23 km voor Linz) = 157 km. Vannacht wordt Geri met een ruk wakker. Laat hij nu menen dat het kleine Kössnach een geheel nieuwe industrie heeft aangetrokken (een zaagfabriek), blijkt het gelukkig het notoire snurken van collega Henk t. A. te zijn. Om het weer goed te maken zet Henk koffie in een boerenschuur tussen de koeien en tractoren. Gelukkig regent het niet.
Maar het giet wel!! Door al die nattigheid hangt onze Nederlandse vlag
half stok en is de volgauto bij Deggendorf de groep echt kwijt. Door logisch
de route na te pluizen vinden we elkaar terug, waarna uitgebreid en pontificaal
wordt gegeten voor de tochtige, overdekte uitrit van een meubelbedrijfje. Omdat we zo nat zijn, rillen we van de kou. Johan gaat ietwat boos in de volgauto zitten. De ramen zijn in een mum beslagen, waarna hij er wat tekeningetjes op zit te maken met zijn vinger. De rest kijkt van een afstandje naar dit tafereeltje, bulderend gelach. Johan heeft niets in de gaten, oh ja, na een poosje ziet hij ons kijken. Een boer met kiespijn ziet
er dus zo uit. Op een wat grotere weg (sommigen menen dat het de autobaan is), worden we staande gehouden door de politie met de vraag of we profi's zijn of amateurs. Dick lult zich er zodanig uit, dat we boetes en het gevang ontlopen. Hij eet zoals hij praat, nl. veel en snel. Kortom: de ideale voorlichter van de gemeente Haaksbergen. Bij de Oostenrijkse grens (Passau) wordt het douanegebouw omgetoverd tot tijdelijke kampeergelegenheid. Een later aangekomen jonge grenswachter reageert met: "Es ist hier doch kein Kampingplatz!" We verzekeren hem dat dit toch wel het geval is. De controleurs worden omgekocht met Haaksbergs bitter en een bierglas. Om 14.00 uur komt de meute de grenspost binnenvallen: moe, hongerig en koud wordt de rollade van Annie van Os soldaat gemaakt. Johan gaat bibberend van de kou in de auto zitten; hij heeft nog steeds maagproblemen. De Donauradweg schijnt een combinatie te zijn van zand, steen, water, modder enz. Het gevolg is 3 lekke banden. Eppie maakt van de gelegenheid gebruik om tot zijn middel in de schöne graue Donau te gaan staan, om alle drek af te spoelen. De fietsen krijgen na een wasbeurt met een putemmertje weer kleur. Wegkapitein Henk V. en de volgauto gaan elkaar steeds beter begrijpen, hetgeen niet meer resulteert in omrijden. Door het plotseling uitwijken
van fietsers raakt Geri van een asfaltweg af en belandt in de modder.
Hoe voorzichtig hij ook gas geeft, hij zakt met één band
steeds dieper weg. Door een tip van een ervaren rot die we niet met name
noemen omdat het Henk ter Avest is, komt hij los van de smurrie. De tip?
Probeer het eens in de tweede versnelling. Na de grens volgen we de
grote weg langs de Donau richting Linz. Vals plat naar beneden. Het gaat
prima zo. Het is nu droog, maar later begint het weer hard te gieten.
We krijgen net een helling voor de kiezen. Het neerkolkende water komt
ons over de weg tegemoet. We vervolgen onze weg en worden na een telefoontje door onze gastheer afgehaald. De ontvangst is overweldigend. We worden binnengehaald als koningen van Lombardije. De eigengemaakte borrel, most en kleine stukjes brood met gekruide smeltkaas smaken heerlijk. Urlaub auf dem Bauernhof, dit is een adres van één uit duizenden. De heer Gruber vertelt ons dat zijn eerste gast zo'n 20 jaar geleden een Nederlander is geweest, en dat hij profvoetballer was. Het blijkt de in 1991 overleden ex-international Aad Mansvelt te zijn. Op het hooggelegen terras
met Panoramablick op het Donaudal, spreekt Joop de magische woorden: "Dit
is het paradijs". De anderen genieten zwijgend mee. De weersvooruitzichten zijn
redelijk. Morgen gaat de karavaan tot vlak voor Wenen. Riederberg (± 10 km voor Wenen) donderdag 15 augustus 6e fietsdag ROUTE: Aschach - Riederberg
= 225 km. Het vertrek bij de familie Gruber is allerhartelijkst. Over en weer worden geschenken uitgewisseld. De gebruikelijke klompjes voorzien van het schoolmeesterhandschrift van Ton vindt Frau Gruber het summum van genot, terwijl voor Herr Gruber een Haaksbergs bitter en een bierglas is gereserveerd. We nemen een notenlikeur in een Griekse metaxa-fles in ontvangst, eigengemaakt. Het begeleidingsteam heeft de handen vol aan geld halen, tijdig faxen en verse broodjes halen, maar dat is op deze 15e augustus niet eenvoudig. Maria Hemelvaart (door de eenzame wereldfietser van Kössnach zo treffend vertaald met: "Maria take off") wordt in heel Oostenrijk gevierd met een vrije dag, dus dat wordt honger lijden voor de heren fietsers. Gelukkig vinden we in Linz een tankstation dat "on the move" is, en maken Henk en Geri ook eens mee hoe het is om als reizende reporters tijdig een verslag door te moeten sturen. 's Morgens bij het ontbijt weet iedereen dat het echt afzien wordt. Volgens de briefing moet zo'n 225 kilometer worden overbrugd. Na de voorgaande lange fietsdagen ziet bijna iedereen daar behoorlijk tegen op. De eerste pitstop is in Mitterkirchen bij een kerkje. U raadt het al, er naast staat een drinkhaus dat voorzien is van 4 zgn. gescheiden plasbakken (bij de heren). Ze scheiden nl. de zeikerds van bier, wijn, alkoholvrije en overige dranken. Lijkt ons een leuk idee voor de Haaksbergse horeca. Bij de 2e stop is te zien hoe zwaar de tocht wordt. De coureurs zien er uit
als beesten. Bij Arjan wordt pas duidelijk dat hij het is als een waterspuit
hem schoon spoelt. De route voert ons continu langs de Donau. Soms zand, soms asfalt, in het algemeen licht dalend, maar soms een korte stijging. Ineens zien we er een voor ons van zeker meer dan 25%. Kort, maar steil (geen stijl!). Iedereen neemt een aanloop, op tijd schakelen. Joop: "IK ZEI OP TIJD SCHAKELEN, DICK". Dick komt halverwege en te vroeg tot stilstand, en klabammmm, daar heb je hem liggen. Hij verspert iedereen de weg, krabbelt op. Johan schreeuwt: "AAN DE KANT, AAN DE KANT, AAN DE KANT", en klabammmm, daar heb je hem alweer liggen. Gelukkig weinig schade: (slagje in voorwiel), geen lichamelijk letsel. We lachen ons dood, en gaan weer verder. Na 200 km begint het weer te regenen. Het duurt niet lang of: "lekke band". Het is Gerrit. Iedereen wachten, Joop voelt na een tijdje ook eens aan zijn eigen band, ook lek. Balen, en maar gieten. Joops band is niet meer te repareren, hij krijgt een resere achterwiel voor de laatste kilometers. Er zit geen bergverzet op, en Riedersberg ligt hoog..... Martin fietst nu voor het eerst bergop niet helemaal achteraan. Hij ziet in de verte Henk staan, die net zijn filmcamera opbergt. Dat is niet de bedoeling, want hij schreeuwt trots en uit alle macht: "Film me, film me dan toch gadveredakke!!!!!". Uiteindelijk komt hij toch weer als laatste boven bij de eindbestemming. Johan Wemmenhoven staat ons daar op te wachten. Het pension is na dat van gisteren een beetje een afknapper. Best een goede kamer, we kunnen de fietsen afspuiten, maar door zijn grootte een beetje ongezellig. Toch wordt het zo weer laat. De VVV/ANWB heeft opmerkelijk veel adressen juist boven op de heuvels en bulten besproken. Als Geri in al zijn onschuld zegt daar persoonlijk geen moeite mee te hebben, wordt hij bijkans gekielhaald. Wielrenners zijn gevoelige mensen!! Dit is al weer de laatste avond in Oostenrijk. Als je aan zo'n trip begint, lijkt ie ineens bijna afgelopen. Met de nodige schrik in
de benen valt de nacht. Vrijdag 16 augustus is een heeeel lange etappe:
250 km. Zijn we niet een beetje bang voor afvallers? Székesféhervár (Hongarije) vrijdag 16 augustus 7e fietsdag ROUTE: Riederberg - Székesféhervár
= 246 km. Hoer-a, we zijn in Hongarije. Na de moeilijke dag van gisteren loopt het vandaag op rolletjes. Een harde westenwind maakt de lange etappe een stuk gemakkelijker, en Wenen laten we binnen een uur achter ons. De route is simpel. Geri doceert dat de hoofdweg gevolgd moet worden, en na Schönbrunn rechtsaf, en daarna immer geradeaus. Via de stadautobaan A1 dendert het blauw/witte HTFC-treintje door Wenen, met een snelheid van tegen de 50 km/uur. De tweede volgauto uit Haaksbergen met Johan Wemmenhoven aan het stuur is een welkome verlichting. Afwisselend is een auto
bij de groep, terwijl de andere vooruit rijdt en eten/drinken voorbereidt,
boodschappen doet, etc. Vlak voor de grens wordt ons bord met Duitse tekst
in de Hongaarse gewisseld. Na Wenen wordt het landschap
vlakker, kaler, onverzorgder. We naderen Hongarije. We stoppen bij een
wit kerkje en een kerkhof in de zon, harde wind, maar de goede richting
op. De omgeving inspireert Gerrit tot de uitspraak: "We gaan dit
jaar met vakantie, niet naar Frankrijk maar naar ESPAANJE, dat later verbastert
in ENTSPAAAAANJE". Het wordt onze lijfspreuk! Gerrits jongste dochter Marjolein heeft een soort Indiaanse armband vervaardigd, voorstellende de kleuren van de vlaggen van de landen waar we doorheen rijden. In plaats van wielrennersschoenen trekt hij bijna mocassins aan. De techniek laat te wensen over: Henk V. rijdt lek, de spaken van Eppie begeven het, de remmen van Martin lopen aan, maar verder gaat alles goed. Opvallend is het aantal beeldschone meisjes dat langs de weg staat, al dan niet bij bushaltes. Het laatste waar zij op wachten is de bus; zij wachten op mannen. Het stikt hier van de hoertjes. Er zijn heel mooie meisjes bij. Voor het thuisfront geen probleem, de heren zitten stuk en hebben geen tijd voor slechte gedachten. De zoveelste dag eist z'n tol. Met de tong op de pedalen halen de meesten het eind. Geen sex voor, tijdens of na het wielrennen! De grens met Hongarije is een beetje een afknapper. We worden aangehouden door
een onverzorgd en militair uitziende douanier. Hij praat nauwelijks Duits.
Onze volgauto is er niet, daarin liggen de paspoorten. Bij deze post mogen
geen auto's komen, en bij de post aan de snelweg mogen geen fietsen komen.
Toch laat hij ons naar de snelweg fietsen, na met zijn collega telefonisch
in het Hongaars overleg te hebben gepleegd. Hier vinden we dan ook de
volgauto. Een douanier stempelt onze paspoorten zonder ze te tellen of
te controleren. Na een half uur fietsen we weer verder, in Hongarije.
Oude auto's: veel Trabantjes, Wartburgs, antieke vrachtauto's. Er wordt
constant geroepen "GAT", "GAT". Ook Dick roept "GAAAT",
en fietst er vervolgens zelf in. Tien minuten later rijdt Martin vol in
een gat, met een lekke band als gevolg. Het tempo ligt hoog, door de harde
wind rijden we constant boven de 40 km/uur. In de dorpen en steden is de armoe goed te zien. Er is achterstallig onderhoud tot aan de middeleeuwen. Martin denkt erover om hier een schildersbedrijf te beginnen. Door de straten (voor de
huizen) lopen open riolen, en dat is bij een warmte van ruim 30mC
niet bepaald prettig voor de reukorganen. Als we even later door een Hongaars
lintdorp denderen en "GAT" "GAT" onze enige conversatie
is, houdt op het naast de weg gelegen zanderige voetpad een in een lang
zwart gewaad gehulde grijsaard de trage pas in, draait een kwartslag in
onze richting, vouwt deemoedig beide bleke handen voor de borst, buigt
eerbiedig het wijze hoofd en bovenlichaam en antwoordt ontroerend: "GAT"
"GAT". We zien een bord: Székesféhervár, 81. De kilometers beginnen te tellen, we kunnen nauwelijks meer op het zadel zitten. Iedereen schuift veel met zijn kont, of staat op de pedalen. Die 81 blijft maar 81, gelukkig blijkt dat niet het aantal kilometers te zijn, maar het nummer van de weg. Na zo'n 225 km bereiken we de plaats met de moeilijke naam. Martin wil winnen, demarreert, maar laat zich aftroeven door Arjan. Het pensionnetje ziet er relatief verzorgd en westers uit. We worden op het terras bediend door, volgens Joop, een meisje van uitzonderlijke schoonheid. Ze moet ook even op film. Na de douche hangt uit de ramen allemaal wielerkleding met de naam van een bekend Haaksbergse schildersbedrijf er op. Was het Ten Hagen? We eten in een restaurant naast het pension. Een lange tafel, lekkere goulash-soep, lekkere wijn bij het eten, prima voor elkaar. Vraagt een Hongaar: "Wie is die man naast Gerrit". We gaan weer terug naar de bar van het pension. Er wordt naar Haaksbergen getelefoneerd. Collect-call, een truc die Henk ter Avest ons leert. Er lopen een paar hoertjes van nauwelijks 16 jaar werkeloos rond. We houden ons sterk. Geen sex voor, tijdens of na het wielrennen, hoogstens een fiets op de kamer. De avond wordt nog opgefleurd,
omdat twee Brabantse dames (hartsvriendinnen) binnenkomen. Ze kijken zeer
verbaasd, als ze horen dat we op de fiets zijn. Ja, ja, we zijn ons ook
een stelletje. Tijd voor een epiloog rest niet meer ... en de deken blijft
hier op nul. Morgen gaat de reis verder
naar Dabas. Een niet zo'n lange afstand, terwijl het leuke is dat we de
Donau met een autopontje oversteken. Film en foto-apparatuur staan al
klaar. Dabas (Hongarije) zaterdag 17 augustus 8e fietsdag ROUTE: Székesféhervár
- Dabas = 88 km. De ochtend begint zonder
het vertrouwde bruine vocht. De gebruikelijke klompjes worden bij ons
vertrek niet uitgereikt. De tourcommissie vindt het niet bepaald verdiend. We vertrekken met ruim 40 km/uur, totdat bij Dick een spaak breekt. Bij controle blijkt het om een geheim testwiel te gaan: het wiel bevat minstens 5 verschillende spaaksoorten! We slaan een secundaire weg in (wit op de kaart). Weliswaar geasfalteerd, maar zeer hobbelig, terwijl we de wind nu ook tegen hebben. Een ree steekt plots de
weg over, 50 meter voor de fietsers. Het aantal fietskilometers geeft al aan dat met een rustig tempo naar Dabas kan worden gepedaleerd. Een hele leuke ervaring is een autoveer over de Donau. Weet u meteen dat niet de gehele route is gefietst!!! De pont vertrekt om het uur, en hij ligt aan de overkant. Er vormt zich een behoorlijke rij wachtende trabantjes en ander blik. Er is een tentje waar je wat kunt kopen. Er staat een koppeltje Russen met wijn en bier al aardig dronken te wezen, zo rond 10.00 uur 's ochtends. Het is verbazingwekkend hoe snel Johan contact weet te maken met wildvreemde mensen. Na twee minuten staat hij al tussen de Russen met een glas wijn voor zich. Eén man blijkt kampioen van Wit-Rustland te zijn in het armdrukken. Hij wordt echter vernederend verslagen door onze Oostnederlandse kampioen Arjan. Nog diezelfde dag is de voormalige held uit het Oost-blok naar Siberië verbannen! Na drie kwartier komt de
pont. Als we bezig zijn met de overtocht, keert hij plotseling om, er
komt nog een auto aan, die nog mee kan. Dit herhaalt zich tot drie keer
toe. We hebben de Donau al een aantal dagen gevolgd, maar op de pont blijkt
pas hoe breed hij eigenlijk is, en hoe hard hij stroomt. Als we weer fietsen
wordt Arjan gestoken door een bij, net als Martin is gedemarreerd. We
stoppen, Martin is in geen velden of wegen meer te bekennen. Nadat de
patiënt is behandeld, zijn we al gauw in Dabas. Als we de weg vragen
naar het motel, brengen twee Hongaren ons op de fiets naar de plaats van
bestemming. Martin is er inmiddels ook weer bij. Het motel is groot en
moet vroeger heel luxe zijn geweest. Het is echter nooit onderhouden,
de verf bladdert er af, en als Joop een raam open doet, heeft hij alleen
de klink in de hand. Het bad en de douche zien er vies uit, maar het water
is lekker warm. Dick glijdt uit in bad, hij valt er ruggelings uit, heeft
de tegenwoordigheid van geest nog, om zich overal aan vast te klampen,
met als gevolg, dat spiegel, en planchet naast hem op de grond liggen.
Hij heeft zijn arm aardig geblesseerd. Hij en zijn slapie (Henk) krijgen
vervolgens een nieuwe kamer. Na installatie in ons motel wordt bij een plaatselijke slager vlees uitgezocht voor een overheerlijke barbecue. Slaapmaatje Arjan wordt tot kok gebombardeerd, en hij laat zien dat hij de kokslepel met verve kan hanteren. Vanwege de keurige en snelle bediening worden beide Hongaarse serveersters op klompen getrakteerd. De barbecue is nog maar kort afgelopen of een man en vrouw installeren een muziekinstallatie. Genietend van enkele glazen bier op het terras luisteren we naar de mini-band. Wat kun je je mooiers wensen! Hét evenement in ons motel is een disco-avond. Van heinde en verre stromen de jongelui hierop af. Onze uit voorzorg vanuit Nederland meegenomen Akzo oordopjes (aangeboden door ex-commando Gerrit) komen goed van pas. Disco in Hongarije betekent één ding: onmeunig hard. De doffe basdreunen tergen
onze trommelvliezen; bijna eenieder is zo vermoeid dat slapen geen probleem
is. We maken een kort rondje door een woonwijk. De weg is onverhard. De huizen zijn er vrijstaand, met om elk huis een ruim hoog hek. Achter elk hek blaft een hond, kleine, grote, ze blaffen tegen elkaar op, en we voelen ons als echte indringers. Deze korte wandeling in enkele achterafstraten brengt ons tot filosofische gedachten. We weten niet half hoe luxe
we in Nederland leven. Het straatbeeld maakt grote indruk. Nagykórös (Hongarije) zondag 18 augustus 9e fietsdag ROUTE: Dabas - Nagykórös:
55 km. Iets voor achten voegt Hans Duijneveld zich bij ons voor de laatste kilometers. In zijn gezelschap bevindt zich Agnes Kovacs, een aardige knappe Hongaarse (contactpersoon). Joop zijn neus ziet er rood uit (van de zon natuurlijk), en wordt onmiddellijk door haar onderhanden genomen. En verdomd, het helpt. Iedereen roept: "ik ook, ik ook!" Nadat Dick haar tot 3x toe tevergeefs koffie aanbiedt, lukt dit Geri meteen met: "Woj koffie hebbn?" (in het Engels). "Yes, please", antwoordt Agnes. Dick baalt als een stekker. Hans fietst het laatste
stukje naar Nagykórös met ons mee. We willen een grap met
hem uithalen, door na zo'n 10 km te versnellen, en hem te lossen. Geri
ziet vanuit de volgauto dat Hans het steeds moeilijker krijgt, en steeds
naar links en naar rechts kijkt naar fietsers die hem van alle kanten
inhalen. Het lukt, maar het kost ons meer moeite dan we denken. Hij heeft
talent. In de auto mist Geri de gezelligheid van bourgondiër en man van de wereld Henk t. A. Deze meneer vindt het zo nodig om deze mini-etappe te fietsen. Geloof het of niet: door
een zgn. Atlanta-neuspleister lukt het hem ook nog. Na 1544 km bereiken we Nagykórös, waar ons een warm onthaal staat te wachten. Vanaf de gemeentegrens tot het centrum begeleiden leden van de locale fietsclub ons. Bij binnenkomst in de stad worden foto's en films gemaakt, en aangekomen op het beurscentrum fietsen de heren onder luid applaus naar het podium. Het bord "Haaksbergen groet Nagykórös" en de vlag (ster van Twente) worden overhandigd door Henk Vogel, waarna over en weer woorden van begroeting en dank worden uitgewisseld. Het zit erop!! Het is net 10.00 uur geweest,
en we hebben best zin in een pilsje. We worden meegenomen naar een grote
eetzaal, waar twee meisjes van de gemeente ons ontvangen met appelsap
en bier. Deze dames hebben een compleet programma voor de komende dagen
voor ons klaar, en zijn meteen onze gidsen. Ilona (32) spreekt een beetje
Duits, en haar zus Edith (19) goed Engels: en Nederlands (lèkker
kòntje!). Na de appelsap willen we eerst naar ons onderkomen. We fietsen via het beursterrein naar de uitgang en zien daar een terras. Dick herkent een (vrouwelijke) Hongaarse collega, fietst er enthousiast en stoer naar toe, en maakt vervolgens vlak voor haar neus een prachtige platte-bek-smak. Dit is echt het hoogtepunt tot nu toe. We lachen ons bijna een flauwte. Het bier smaakt daarna ook uitstekend. Ons onderkomen is een oude
school voor leraren. Schone lakens, redelijke kamers boven, en beneden
douches, en een keuken. Hier bivakkeren blijkbaar een heleboel gasten.
De Haaksbergse delegatie bestaande uit een aantal raadsleden, maar ook
uit andere partnergemeentes uit Duitsland, Frankrijk, Italië, enz.
De fietsclub heeft een ietwat eenvoudiger vleugel toegewezen dan de raadsleden,
maar een kniesoor die daar op let. We krijgen een lekkere lunch. Een palinka
smaakt toch wel erg lekker. 's Middags rijden we met ons allen en de twee
gidsen met een busje naar Kecskemét. Het is prachtig weer, en het
plaatsje heeft prachtige historische gebouwen. Wat opvalt is de kerktoren,
waar de klokken uit zijn gehaald. Het is echter moeilijk om met een stelletje
dorstige fietsers een cultureel uitstapje te maken, en we belanden al
gauw op een terras. Je waant je 50 jaar terug, veel oude glorie. Het programma
laat niet toe, dat we nog met de plaatselijke fietsclub een mooie tocht
kunnen fietsen, jammer. We dineren met zo'n 150
mensen, en lekker. Er blijken veel jarigen onder de gasten te zijn. 's
Avonds zijn we uitgenodigd voor de operette. De fietsers zitten op de
voorste rij. Iedereen is chique gekleed, de meeste fietsers hebben alleen
een hempje en een korte broek, vandaar. De avond wordt verzorgd door een
beroemd operette-gezelschap. Het is prachtig. Een kwartet speelt viool,
klarinet, piano, cello en drums. Een vijftal operettezangers en zangeressen
verzorgen de show. We genieten. Vooral Martin, hij zit op de verkeerde
stoel, zodat hij de klarinet niet kan zien, maar zijn muzikale gevoel
bloeit hier helemaal op. Eenmaal weer thuis wordt de koelkast nog eens
geplunderd. Het Grolsch smaakt weer heerlijk. Nagykórös (Hongarije) maandag 19 augustus 9e dag We gaan vandaag met busjes (Hongaarse) naar Budapest. Tijdens het vertrek blijkt weer duidelijk, hoe uitstekend de Haaksbergse gemeentelijke delegatie alles in de hand heeft. Duijneveld loopt rond met een GSM (draagbare telefoon), waarmee hij niet erg goed overweg kan. Dit ontlokt bij Eppie de historische woorden: "Je hebt ook niets aan die moderne spullen, als je niet weet hoe je er mee om moet gaan!" Het duurt dan ook een eeuwigheid voordat we eindelijk onderweg zijn, en Duijneveld en collega's hebben wij overigens die hele dag niet meer gezien. Onze chauffeur rijdt goed, maar steeds in een te hoge versnelling (een automaat met 5 versnellingen waarvan alleen de 5e wordt gebruikt). Hij heeft een hekel aan schakelen. Budapest is prachtig. Omdat
het feest is (1100 jaar Hongarije) is het er ook erg gezellig. We gaan
naar de Vissersbastillon, een hoog punt in de stad. Daar is markt, levende
muziek en een gezellige drukte. Luisterend naar de muziek, in de zon,
weten we het zeker: dit is het paradijs. We lunchen in een restaurant
in een ander gedeelte van de stad. Onze gidsen Ilona en Edith hebben dit
uitgezocht. Als we weer terug rijden
naar Nagykórös, gaan we meteen door naar een buitenaf gelegen
uitspanning: het Jagdhaus. We moeten daarvoor een stuk over een onverhard
stuk weg, met diepe kuilen, het einde van de wereld. Een eenvoudige boerderij
dient als restaurant. Buiten kunnen we een aperitiefje nemen: palinka,
of wat anders. Erg gezellig. In totaal komen er zo'n 100 mensen van alle
partnergemeentes van Nagykórös. We dineren in een grote zaal
en het sfeertje begint een beetje stijfjes. Joop biedt de gastheer, de
burgemeester van Nagykórös, met een goed aanslaande speech
een Twentse midwinterhoorn aan. Martin blaast er even op, na het rietje
tot 3x toe in de palinka gedoopt te hebben. We gaan weer zingen, Martin
en Henk de tweede stem. De avond wordt een complete Twentse bruiloft.
Iedereen vindt het prachtig, en iedereen weet nu, dat de fietsclub niet
alleen maar kan fietsen. Na afloop praten we nog even na in de keuken
van ons verblijf met Grolsch. Nagykórös (Hongarije) dinsdag 20 augustus 10e dag Vanmorgen al vroeg zijn
Geri, Ton en Gerrit vertrokken naar Nederland, samen met enkele Haaksbergse
raadslieden en met wethouder Hans. Vandaag is de dag van de officiële
ceremonies. We zijn getuige van het uitreiken van oorkondes aan een aantal
verdienstelijke burgers van Nagykórös. Er worden een paar
monumenten onthuld, veel onbegrijpelijke voordrachten gehouden, maar de
sfeer is om nooit te vergeten. We zitten als fietsers in korte broek tussen
alle andere genodigden in het chique. De lunch is weer als vanouds. 's
Middags hebben we vrij. We zitten op het terras, of we leren elkaar beter
kennen tijdens een diepgaand gesprek. Het avonddiner wordt ons aangeboden
door de plaatselijke ondernemersvereniging (NOV). Een grote zaal met 100
man, een muzikant, en weer noemt de voorzitter en gastheer van die avond
de Haaksbergse fietsers speciaal in zijn rede. Hans van Agt maakt een
uitstekende beurt dankzij HTFC. Je ziet hem en vooral zijn vrouw glunderen.
Daarna wordt er gedanst. We maken ons een beetje zorgen om Johan, hij
blijft nog, als de meesten van ons vertrekken. Zou hij de weg terug nog
wel weten, in zijn toestand? Geen nood, Johan verdwaalt niet, maar Martin
wel. Met een uur vertraging komt hij thuis. Nagykórös (Hongarije) woensdag 21 augustus 11e dag Vandaag is het de dag van
vertrek. Johan W. rijdt zijn bus, en Henk en Arjan rijden erachter met
de bus van Martin. De reis verloopt voorspoedig. Het valt ons nu pas op,
hoe ver we eigenlijk gefietst hebben. Martin is zijn papieren tijdelijk
kwijt, maar we worden aan de grens met Oostenrijk niet gecontroleerd.
Ik heb bewondering voor Johan. Iedereen slaapt in de bus, en hij rijdt
onverstoorbaar verder. 's Avonds komen we weer aan in het pensionnetje
vlak bij Straubing. De eigenares krijgt bijna een flauwte, als ze ons
weer ziet. Haar dochtertje van 8 jaar noteert al onze genuttigde flessen
bier. We gaan eten in Straubing zelf, bij een Chinees. Nagykórös (Hongarije) donderdag 22 augustus 12e dag We gaan naar huis. Iedereen verlangt er toch wel naar. We worden bij de grens verwacht om 19.00 uur, maar we zijn om 18.00 uur al in Buurse. We besluiten bij Winkelman een pilsje te drinken. Alles wordt hier nog even besproken. Na een uur rijden we toeterend naar het Gängelhuuske. Onze vrouwen en 3 medereizigers alsmede Hans en raadslid Ans staan ons op te wachten. Bloemen, foto's, speeches, perfect. Al met al een reis om nooit
te vergeten. Epiloog: Met z'n elven zijn
we samen onbevangen aan de tocht begonnen en uiteindelijk met groot respect
voor elkaar weer uiteen gegaan! Expressione Hollandaise
|