vorige | volgende

Kretologie!

Aan wiel hangen: Ander het werk laten doen.
Afhaken: Je kunt/wilt het tempo niet vol houden.
Demarreren: Weggaan (van de groep weg rijden)
Dieselen: Snel achter elkaar kop overnemen.
Gat laten vallen 1: Je kunt de ander niet meer bijhouden.
Gat laten vallen 2: Je wilt de ander niet meer bijhouden om hem te helpen om weg te komen, de fietsers achter je moeten jou dan voorbij om het gat op te vullen.
Kapot zitten: Absoluut geen kracht meer hebben.
Kettinglijn: Kettingstand tussen voor en achtertandwielen.
Laten zakken: Bewust anderen voorbij laten gaan.
Man met de hamer tegenkomen: Idem als kapot zitten.
Onder in de beugels: Handen onder in de stuurbocht.
Op het randje zetten: Zo fietsen dat degene achter je niet van windvoordeel kan profiteren.
Op kop fietsen: De eerste 1-2 plaatsen, kost veel kracht.
Plakken Achter iemand fietsen, zelf geen werk willen doen.(negatief)
Uit de wind fietsen: Achter iemand fietsen (vangt de wind op)
Uit de wind houden: Bewust voor een ander de wind opvangen.
Verzet Verhouding tussen voor en achtertandwielen.
Wiel opzoeken Achter een "sterke" fietser gaan rijden.
Waaier rijden Met meerderen schuin achter elkaar, waar bij steeds afwisselend het kopwerk wordt gedaan om het tempo hoog te houden.

vorige | volgende